Er wordt aangebeld. Je opent de deur en ziet een blanke man van ongeveer één meter tachtig staan. Hij draagt een wit overhemd met rode das onder een openhangende zwarte jas. Hij heeft een aktetas bij zich. Je schat hem een jaar of dertig.

De eerste indruk bepaalt of je je een tweede zal gunnen. En zo ja, hoe de rest van de communicatie verloopt. Dat geldt niet alleen aan de deur, maar ook bij geschreven teksten. Als je wilt dat je lezers openstaan voor je tekst, besteed dan extra aandacht aan de eerste indruk. Hieronder krijg je daarvoor een paar suggesties.

In hooguit enkele seconden maken we aan de deur een inschatting van onze bezoeker en het doel van zijn komst. Die eerste indruk bepaalt of en hoe we luisteren naar wat de bezoeker wil vertellen. Ze maken het verschil tussen 'geen interesse', kritisch argwanend op zoek gaan naar het addertje onder het gras, of geïnteresseerd luisteren. Op eenzelfde manier bepaalt bij een tekst de eerste indruk of je lezer de rest wil lezen. En hoe hij of zij dan verder leest: gapend, wantrouwig of geïnteresseerd.

Bij teksten bestaat de eerste indruk meestal uit:
– bladspiegel (lettertype, overzichtelijke indeling, kopjes, hoeveelheid wit om en tussen de tekst),
– dikte van het document, lengte van de tekst,
– kleur,
– titel,
– eerste alinea.

Hier gaat het over tekst, en wel over de eerste alinea. Over titels schrijf ik een andere keer.

Zintuiglijk

Zintuiglijke informatie is sneller en krachtiger dan andere informatie. Een plaatje of geur komt directer binnen dan woorden. Moet je je beperken tot woorden, roep dan met die woorden een zintuiglijke ervaring op. Dat kan beeld zijn, geluid, geur, smaak of tast. Een dialoog kan ook. De dialoog roept minder sterk zintuiglijke ervaring op, maar veel mensen horen er wel stemmen bij. Een dialoog betrekt de lezer in ieder geval directer bij de inhoud dan een tekst als: "Voor u ligt het jaarverslag."

Heb je de vertegenwoordiger van het begin van dit stukje nog op je netvlies? Dan zit die eerste indruk gebeiteld en is die te gebruiken als kapstok waar ik de rest van het verhaal aan kan hangen. Pas als de lezer het verhaal in is getrokken, is het tijd voor een beknopte routebeschrijving met doel, doelgroep, werkwijze en dergelijke, zodat de lezer weet waar het stuk over gaat en wie het waarom moet lezen.

Ter zake

De eerste indruk moet natuurlijk wel passen bij de rest van het verhaal. Probeer de kern van je boodschap, of het knelpunt dat je wilt oplossen, te vangen in een beeld of een actie. Een kernachtig weergegeven dialoog kan goed een dilemma weergeven. Een beleidsnota over het woonklimaat in de binnenstad kan beginnen met geronk van vrachtauto's en getoeter in een nauwe straat. Dan is ook de lezer in een lommerrijke buitenwijk gelijk bij de les.

Kort

Één alinea is voldoende. Houd die alinea zo kort mogelijk, net voldoende om het beeld of de indruk goed neer te zetten. De lezer die niet na de eerste verrassing direct wegwijs gemaakt wordt in de rest van de tekst, haakt alsnog af.

Geen half werk

Kun je echt geen pakkend beeld (geluid, actie, dialoog, enz.) vinden bij je tekst? Ga dan niet aanmodderen! Liever geen beeld dan een verwarrend beeld.

Ver(der )dwalen?

 

Voorbeeld zintuiglijk schrijven: lawaaivogels, een wandeling vol zintuiglijke waarneming.

Pin It

Aanbieding

Nieuwsbrief met tips

typemachien