Leren, leren en nog eens leren. Jaar in jaar uit ga je naar school om te leren. Je leert over atomen en neutronen, over bergen en rivieren, over vreemde verre landen of het kleine en grote geld dichtbij. Wereldbeelden en wetten moeten allemaal een plekje krijgen onder jouw schedeldak. De stelling van Pythagoras keurig voor de grijp in het vakje naast de Slag bij Nieuwpoort.
In een paar jaar tijd kom jij meer te weten dan de knapste koppen een paar honderd jaar geleden kónden weten. Omdat de wetenschap toen nog niet zo ver was. Er had nog niemand op de maan gelopen. Men kon niet eens bedenken dat jij nu alles en iedereen zomaar kon googelen.
Met zijn allen hebben we ontzettend veel kennis verzameld en nog steeds ontdekken wetenschappers dagelijks nieuwe dingen. Weetjes en wezenlijkheden.
Maar hoe meer je weet, hoe meer je ontdekt dat je de belangrijkste dingen niet weet, misschien wel nooit kunt weten. Wat is de waarde van je beste vriend? Waar zit je ziel? Wie zou jij zijn als jij andere ouders had? Kun je de wind met je blote handen tegenhouden? Waar eindigt het heelal? Bestaat God? En zo ja: wie is God dan? En wat heb jij met God te maken?
Vragen, vragen en nog eens vragen. En hoe hard je ook leert, hoeveel kennis je ook verzamelt, het blijft beperkt. Beperkt tot een paar harde feitjes, wat aannames die gelden tot het tegendeel bewezen is. Het blijft mensenwerk. In vergelijking met wat je hooguit kunt vermoeden aan Gods wijsheid en macht, is wat zelfs de knapste koppen onder ons weten en kunnen bevatten, miezerig onbeduidend. Onze hersenpan is een peulenschil.
En toch… zou het niet mooi zijn als je wist, vertrouwde, ervaren had, dat er een God is die al die peulenschillen, ook jouw leven, koestert in zijn hand?

Gepubliceerd in Oase, jrg 2 nr 4 mrt/apr 2010

Pin It

Auteursrecht

Op dit werk rust auteursrecht. Wil je het voorlezen in een groep? Prima, maar laat het me even weten. Publiceren op papier of web? Vraag naar de voorwaarden.  © Hilda Algra

Aanbieding

Nieuwsbrief met tips

typemachien