Als puntje bij paaltje komt, blijken dingen toch weer net anders dan je altijd dacht. Zelfs voor een profeet als Johannes de Doper.


Johannes had het zich zo anders voorgesteld. In de zonovergoten woestijn had hij in vuur en vlam gestaan voor de komende verlosser. Geen twijfel mogelijk: het koninkrijk van God was heel dichtbij. Al het andere was bijzaak geworden. Mooie kleren had Johannes niet nodig. Een oude lelijke jas tegen de koude nachten was genoeg. En zijn luxe maaltijd bestond uit rauwe sprinkhanen.

Drommen mensen kwamen naar hem luisteren. Ze werden aangestoken door zijn preken over Gods koninkrijk. Ook zij geloofden dat het dichtbij was. Ze lieten zich dopen, ze gingen leven zoals ze bedoeld waren. Johannes kon dat nieuwe koninkrijk tussen de mensen voelen zinderen, zoals je aan het eind van de winter op een ochtend ruikt dat de lente begonnen is. De tijd was rijp.

En toen kwam tussen die mensen Jezus om zich door Johannes te laten dopen. In een flits ging het door Johannes heen: dit is Hem, de beloofde Verlosser. Het was raar gegaan. Johannes had hem niet willen dopen. Dat zou toch de omgekeerde wereld zijn. Maar Jezus had gezegd: doe het nou maar gewoon. En Johannes deed het, want de verlosser zou komen om de wereld om te keren, dus dat klopte wel. Johannes zweefde op de toppen van zijn geluk.Wat een eer om hier getuige te mogen zijn van de komst van de verlosser!

En toen werd hij opgepakt. Alleen maar omdat hij koning Herodes de waarheid had gezegd. Dat had hij misschien beter niet kunnen doen, maar bij Johannes gaat eerlijkheid voor alles. En nu zit hij gevangen. Hij heeft nog geluk gehad, zeggen ze, dat hij zoveel aanhangers heeft. Anders was hij nu al opgehangen.

Van de zonovergoten ruimte van de woestijn naar een klamme, donkere gevangeniscel. Het valt niet mee om dat te verhapstukken. Johannes probeert uit alle macht zijn hoop, zijn vertrouwen vast te houden, maar hij voelt dat zijn licht dooft. Hij ziet het niet meer zitten. Zijn volgelingen gooien hem door de luchtkoker eten toe ze roepen hem vol te houden. Lief bedoeld, dat wel. Maar Jezus was gevlucht nadat hij had gehoord dat Johannes was opgepakt. Van hem kon Johannes dus geen bezoek verwachten.

Was dat nou de verlosser? Had Johannes zich dan toch in hem vergist? Johannes kent de profetieën van Jesaja uit zijn hoofd. De verlosser zou zieken genezen, goed nieuws vertellen én gevangenen bevrijden. Nou, hier zit hij dan. Te wachten op de beloofde verlossing. Waar blijft Jezus nou?

“Willen jullie wat voor me doen?” vraagt Johannes aan een paar van zijn dopelingen. “Ga naar Jezus en zeg namens mij: “Waar blijf je nou? Ben jij wel de verlosser waar Jesaja het over had?”

De volgende middag komen de boodschappers terug. “Johannes, we hebben je vraag aan Jezus doorgegeven. Hij zei tegen ons: 'Vertel hem wat jullie merken: dat blinden weer zien, verlamden lopen, doven horen, melaatsen een gave huid krijgen en doden weer leven.' En hij zei ook: “Je bent gelukkig als je niet struikelt over mij omdat ik niet precies doe wat jij van mij verwacht.'”

Johannes heeft veel om over na te denken.

Pin It

Auteursrecht

Op dit werk rust auteursrecht. Wil je het voorlezen in een groep? Prima, maar laat het me even weten. Publiceren op papier of web? Vraag naar de voorwaarden.  © Hilda Algra

Aanbieding

Nieuwsbrief met tips

typemachien