Het leven van mensen hangt soms af van toevalligheden. Is het lot? Bestemming? Voor Johannes de Doper is het vooral trieste pech, deze samenloop van omstandigheden, van politieke beslissingen. Als lezer zou je willen dat God persoonlijk ingreep op zulke momenten. Maar schrijver Matteüs wil de zaken misschien wel niet mooier voorspiegelen dan ze zijn.



Het ruist, het glimt, het schittert en schatert in het paleis. Koning Herodes is jarig en dus is er feest. Al zijn vrienden en familie zijn er. Iedereen heeft zijn mooiste kleren aangetrokken. Lekker eten en drinken ontbreekt natuurlijk ook niet. “Mensen, neem ruim,” spoort Herodes zijn gasten aan, “er is nog heerlijke wijn uit het vat! Van een boertje uit het oosten met een kleine wijngaard. Hoe hij het voor elkaar krijgt weet ik niet, maar zijn druiven zijn het beste van mijn hele koninkrijk.”

De ceremoniemeester klapt in zijn handen. De gasten gaan aan de kant, de koning gaat op zijn zetel zitten. Een muziekgroepje begint te spelen op citer, trom en fluit. Eerst rustig, dan steeds sneller. Dan komt Salome op, de oudste dochter van zijn huidige vrouw Herodias. Ze danst de sterren van de hemel. De bellen aan haar enkels rinkelen ritmisch. Haar kleurige gewaad sliert sierlijke lijnen door de lucht terwijl zij razendsnel ronddanst. Salome danst als een wervelwind, onstuimig, prachtig, opwindend.

Koning Herodes krijgt een kleur van opwinding en klapt mee op het ritme van de muziek. Prachtig vindt hij het. Als Salomé klaar is – en dat is veel te snel volgens Herodes – staat hij op. “Applaus, applaus, geweldig!” roept hij. “Hoe kan ik je belonen? Vraag me alles wat je wilt. Ik zweer het je met de hand op mijn hart: al vraag je de helft van mijn koninkrijk, ik zal het je geven.”

Salomé buigt, glimlacht en trippelt naar haar moeder. Terwijl de wijn en de lekkere hapjes weer rondgaan, fluistert moeder Heriodias haar dochter toe: “Vraag het hoofd van Johannes de Doper. Die betweter moet voorgoed zijn mond houden. Zelfs in de gevangenis blijft hij nog roepen dat Herodes niet met mij had mogen trouwen omdat we familie zijn.”

Salomé stapt sierlijk op Herodes af. Zonder blikken of blozen zegt ze, zodat iedereen het kan horen: “Koning Herodes, ik mocht alles vragen wat ik wil. Ik wil slechts het hoofd van Johannes de Doper, hier, op een bord. Voordat het feest is afgelopen.”

Herodes laat van schrik zijn beker vallen. Bedienden snellen toe om de wijn op te vegen en de vlekken uit Herodes kleren te poetsen. Iedereen kijkt verschrikt toe. Zachtjes wordt gesist van ontzetting. Iemand fluistert bijna onhoorbaar: “Die Salomé, dat is een harde.” Wat zal de koning nu doen? Alle ogen zijn op hem gericht.

Herodes denkt ondertussen koortsachtig na. Hij was degene die Johannes gevangen had laten nemen. De profeet had hem beledigd. Hij had heel openlijk het huwelijk van Herodes met zijn schoonzus afgekeurd. Zo zette Johannes het volk op tegen de koning. Maar de profeet heeft veel aanhangers. Als Herodes hem laat doden, kan er een opstand uitbreken onder het volk. Dat kan hij niet gebruiken. Bovendien is Herodes een beetje bang voor de zonderlinge profeet uit de woestijn. Hij lijkt bovennatuurlijke krachten te bezitten. Er is iets met die man...

Maar beloofd is beloofd. Niet ingaan op de wens van Salomé kan niet. Dat zou een afgang zijn voor Herodes. Niemand zou nog ontzag voor hem hebben. Binnen de kortste keren zou men tot in alle uithoeken weten: die Herodes is een koning die zijn woord breekt. Die zelfs een gezworen eed niet nakomt. Met een klein knikje richting hof-bewaker is het oordeel geveld. De man vertrekt en een uurtje later wordt een schotel binnengebracht voor Salomé, met daarop het dode hoofd van Johannes de Doper.

Salomé probeert een rilling te onderdrukken. Het ziet er griezeliger uit dan ze dacht. Zo gauw als ze kan, geeft ze de schotel aan haar moeder. Die neemt met een triomfantelijke grijns de schotel aan en zet hem midden op tafel. De rest van de gasten zwijgt. Echt vrolijk is het feest ineens niet meer. Maar sommigen halen de schouders erover op. “Er gaan zo vaak mensen dood. Had die man zijn brutale mond maar moeten houden.” En ze laten zich nog een glas wijn inschenken.

Diezelfde middag nog begraven de leerlingen van Johannes de rest van zijn lichaam. Daarna gaan ze op weg naar Nazareth om het aan Jezus te vertellen.

Pin It

Auteursrecht

Op dit werk rust auteursrecht. Wil je het voorlezen in een groep? Prima, maar laat het me even weten. Publiceren op papier of web? Vraag naar de voorwaarden.  © Hilda Algra

Aanbieding

Nieuwsbrief met tips

typemachien