De profeet Amos vertelt Gods oordeel aan de rijke inwoners van Samaria. Hij begint met de vijanden veraf, maar dan komt het oordeel steeds dichterbij.



Op het grote plein, midden in de stad Samaria, staat Amos op het sprekerspodium. Van alle kanten stromen mensen toe. Wie op dat podium staat, heeft iets belangrijks te zeggen. En Amos hééft iets belangrijks te melden. God haalde hem weg bij zijn schapenfokkerij in het zuiden, om de mensen in Israël te waarschuwen. Terwijl Amos wacht tot het plein helemaal vol staat, kijkt hij om zich heen. Dikke buiken ziet hij en dure kleren. Overal glimt goud en zilver. Hier wonen rijke mensen, dat kun je zo zien. Toch zag hij onderweg hierheen dorre heuvels en uitgestrekte krottenwijken met broodmagere en zieke mensen.

Het plein is nu vol. ‘Mensen van Samaria, luister goed,’ zegt Amos, ‘Ik heb een boodschap van God. God zegt: “Damascus heeft zoveel verwoest dat ik het ga vernietigen. Van hun paleizen en van hun heersers laat ik niets over.”’ De mensen van Samaria klappen. Damascus is hun grootste vijand. ‘Bravo! Net goed!’, roepen ze. ‘God zegt’, gaat Amos verder, ‘”De Filistijnen gaan er ook aan. Ze hebben een heel volk ontvoerd. Dat zal ik ze betaald zetten.”’

Weer klinkt gejuich. Met de Filistijnen hebben ze het al eeuwen aan de stok. En als Amos vertelt over Gods oordeel over Tyrus, hun derde vijand, kan hun geluk niet meer op. Prachtkerel, die Amos! Die zegt tenminste waar het op staat.

Maar dan vertelt Amos Gods woord over Edom. Ook die wordt gestraft. Een deel van de mensen klapt, anderen aarzelen. Edom is vlakbij. Ze hebben er familie wonen… Ook de misdaden van Ammon en Moab, de twee andere buurlanden, zullen niet zonder gevolgen zijn. ‘Gelukkig blijven wij gespaard’, zegt iemand. ‘Als God het zegt is het waar’, zegt een ander. ‘Kwaad moet gestraft. Bravo!’ En Amos krijgt weer applaus.

‘Het zevende oordeel gaat over Juda’, zegt Amos. Nu wordt het pijnlijk. Juda hoort bij Israël als een tweelingbroer. ‘Ze hebben Gods wetten verworpen en verkeerde goden gediend. God zal ook hen niet ontzien.’
’Ai ai ai’, zegt iemand. ‘Maar ze hebben het er naar gemaakt. We hebben ze nog zó gezegd…’ ‘Nou, dat waren wel zeven heftige oordelen,’ zegt zijn buurman. ‘Moest jij ook die kant uit? Heb je zin om bij mij wat te komen drinken?’

‘Ho, wacht even’, zegt Amos, ‘Ik ben nog niet klaar. Ook voor jullie heeft God een boodschap.’
‘Vast goed nieuws’, probeert iemand nog, maar ze zien de bui al hangen.
‘Dit zegt de Heer’, zegt Amos, ‘“Jullie hebben misdaad op misdaad begaan. Jullie verkopen mensen voor een paar stuivers. Jullie vertrappen arme mensen, jullie doen weerlozen onrecht aan. En mijn heilige plaatsen onteer je met dronkemansfeestjes.” ‘Nou, nou, overdrijf je niet een beetje?’, mompelt iemand. ‘Sst’, zegt zijn buurman.

‘En dat terwijl God jullie vijanden overwon, jullie bevrijdde uit de slavernij, jullie land gaf om in te wonen, jullie profeten en nazireeërs gaf die je de weg konden wijzen naar een goed leven. Maar wat deden jullie? Jullie snoerden hen de mond en dwongen hen tot slecht gedrag. Als je denkt dat je stevig staat, heb je het mis. God zal de grond onder jullie voeten doen schudden. Doodsbang zullen jullie zijn. Dan zul je terugdenken aan wat ik vandaag heb gezegd.’

Met rood aangelopen hoofd roept iemand: ‘Weet je wel tegen wie je het hebt? Wie ben je zelf nou wel helemaal, schapenboer!??’ Steeds meer mensen lopen weg. Wat Amos zegt, willen ze niet horen.

Pin It

Auteursrecht

Op dit werk rust auteursrecht. Wil je het voorlezen in een groep? Prima, maar laat het me even weten. Publiceren op papier of web? Vraag naar de voorwaarden.  © Hilda Algra

Aanbieding

Nieuwsbrief met tips

typemachien