Doodsbang is het volk voor de wrede Ammonieten. Saul ontsteekt in heilige woede. Met Gods hulp bevrijdt hij hen. Nu erkent iedereen zijn koningschap.

Saul verlost Jabes

I Samuël 11

Saul ligt onder een boom en kauwt op een grassprietje. Om hem heen het geklingel en gegraas van de koeien van zijn vader. Ze zien er goed uit, die koeien. Ze zitten stevig in het vlees. Saul kijkt toe hoe vlakbij hem een kalf bij haar moeder drinkt. Telkens stoot het met de snuit tegen de uier. Dan schiet de melk toe en kan het kalf verder drinken. De moederkoe graast onverstoorbaar door. Hier is Saul toch het liefst, in het veld bij de dieren.
Ook al is hij nu koning, dit werk gaat ook gewoon door. En hij houdt zich nog maar een beetje gedeisd: niet iedereen was blij dat hij koning werd. Samuël had gezegd: ‘doe wat voor de hand ligt.’ Vandaag lag het weiden van de koeien het meest voor de hand. Dit is goed.
Laat in de middag staat Saul op en drijft met zijn stok de koeien naar zijn stad Gibea.

Maar wat is dat? Uit de stad klinkt luid gejammer. Als hij dichterbij komt ziet Saul hoe alle mensen met de armen in de lucht jammerend in paniek door elkaar rennen. ‘Wat is er aan de hand?’ vraagt hij. ‘Het is verschrikkelijk! Nachas en de Ammonieten hebben Jabes belegerd. Jabes kan nooit op tegen hun leger. Daarom wilden ze zich overgeven. Maar nu eist Nachas dat van ons hele volk de rechterogen worden uitgestoken! Het is afschuwelijk!”
Dit kan niet waar zijn, denkt Saul. Maar het is wel waar. Iemand die het rechtstreeks van de bode uit Jabes heeft gehoord, zegt dat er geen woord van verzonnen is. Wat een (walgelijke,) wrede rotstreek van Nachas. Het linkeroog missen is al afschuwelijk, maar met het rechteroog is nog erger. Daarmee zie je het goede. Dat oog is een beetje heilig. De boodschap is duidelijk: Nachas wil de Israëlieten voorgoed kapot maken!
Saul hoeft niet lang na te denken. Hij weet zeker dat dit het is waar de profeet over sprak: ‘Doe wat voor de hand ligt, God is met u!’ Dit is het moment! Nu moet hij moet iets doen.
Maar de mensen zijn bang voor de wrede Ammonieten. Niemand durft het tegen hen op te nemen. Saul slacht een paar koeien en hakt die in stukken. Boden gaan met de koeiebeenderen langs alle dorpen en steden in het land met de boodschap: ‘Wie niet met Saul en Samuël ten strijde trekt om Jabes te bevrijden, vindt zijn vee in mootjes gehakt terug.’ Het werkt. Niemand wil zijn vee kwijtraken. En als ze zien dat ook de buurman zijn pijl en boog pakt, gaan ze allemaal op pad. Samen durven ze wel. Met de hulp van God en onder leiding van hun nieuwe koning Saul zullen ze die gemene Nachas eens een lesje leren.
Driehonderddertigduizend strijders verzamelen zich in Bezek. Vandaaruit is het nog maar twee uur lopen naar Jabes. Saul stuurt een bode naar de inwoners van Jabes en laat weten dat ze de volgende dag voor het middaguur bevrijd zullen zijn. De inwoners van Jabes zijn dolgelukkig. Maar tegen Nachas zeggen ze dat ze zich de volgende dag zullen overgeven. Mooi niet! De Ammonieten zijn er daardoor totaal niet op voorbereid als die nacht Saul met zijn leger aanvalt. Van drie kanten dringen ze het kamp van de Ammonieten binnen. Wie niet gedood wordt, slaat op de vlucht. Nog voor de middag wordt in Jabes het bevrijdingsfeest gevierd.
Nu erkent iedereen dat Saul koning (van Israël) is. Iedereen juicht: ‘Saul is onze koning! Lang leve Saul!’ En ze roepen: wie durfde te twijfelen aan deze man? Die verdienen de doodstraf. ‘Nee,’ zegt Saul, ‘Op ons bevrijdingsfeest gaan we geen (eigen) mensen doden. Laten we feest vieren!’ En de profeet Samuël stelt voor: ‘Laten we in Gilgal God danken en daar het koningschap vernieuwen.’ In Gilgal feesten ze tot diep in de nacht. Iedereen is blij dat Saul hun koning is.
Pin It

Auteursrecht

Op dit werk rust auteursrecht. Wil je het voorlezen in een groep? Prima, maar laat het me even weten. Publiceren op papier of web? Vraag naar de voorwaarden.  © Hilda Algra

Aanbieding

Nieuwsbrief met tips

typemachien