Opnieuw een verhaal waarin een machteloos groepje ongeregeld het wint van een sterke overmacht, dankzij de hulp van de Eeuwige.

Gideon wordt richter

Rechters 6

In de schaduw van een oude terebint staat een jongen bij de wijnpers. Schichtig kijkt hij om zich heen. Niemand te zien. Dan leegt hij een zak in de wijnpers en draait aan de grote schroef. Het knarst en kraakt. Er zitten geen druiven in de pers, maar graankorrels. Het is niet ideaal, maar het kan niet anders. Als hij met het graan naar de dorsvloer zou gaan, zouden de Midjanieten het zien. Zij hebben het land bezet en proberen het volk uit te hongeren. Zodra ze zien dat de oogst rijp is, komen ze op kamelen en paarden om alles te verwoesten. Niets laten ze in leven. Daarom heeft Gideon – zo heet deze jongen - het graan geoogst nog voor het helemaal goudgeel is. En daarom dorst hij het nu stiekem in de wijnpers onder de terebint.

Opeens hoort hij achter zich een kuchje. Hij schrikt zich wild. Wie is daar? Een man zit tegen de boomstam geleund. Hij lacht vriendelijk en groet: “God zij met je, dappere krijger.” Gelukkig, gewoon een reiziger. “Eh, sorry hoor,” zegt Gideon, “maar ik merk er anders niks van dat God met ons is. U bedoelt diezelfde god die onze voorouders uit Egypte bevrijdde? Waar blijft die nu dan? We worden al jaren uitgemergeld door de Midjanieten.”

“Wees een held,” zegt een stem van binnen tegen Gideon, “bevrijd jij Israël.” “Ja hoor,” denkt Gideon, “ik zeker, het jongste kind uit een familie die ook al helemaal niks voorstelt. Haha, hoe zou ik in hemelsnaam Israël bevrijden?” “Je kunt het, want Ik ben met je” zegt de stem in hem. O help! denkt Gideon, dit zijn niet mijn eigen gedachten, dit is een boodschap van God. En dat komt door die reiziger. Of toch niet? Ik moet hem testen. Tegen de reiziger zegt hij: “Heer, als U het bent, geef me dan een teken. Wacht hier, ik ga iets halen om u aan te bieden.” “Ik zal wachten tot je terugkomt”, zegt de man.

Even later is Gideon terug met vlees, jus en brood. De reiziger zit nog steeds op dezelfde plek. Gideon legt het vlees en het brood op de rots en giet er de jus overheen. De man staat op en raakt met zijn stok het vlees aan. BWHAFFFFFF! Een enorme steekvlam verteert alles. Een minuut later resten alleen nog een paar botjes en smeulende as. En de reiziger is verdwenen. “O nee!”, roept Gideon, “Het is echt waar, ik heb gesproken met een engel van de Eeuwige.” Maar tegelijk weet hij dat hij niet bang hoeft te zijn. De engel heeft toch gezegd dat God met hem is?

Die nacht wekt Gideon een paar knechten. Samen slachten ze de grote meststier van Gideons vader. Gideon sloopt het altaar dat zijn vader voor de god Baäl heeft gebouwd. De paal voor de godin Asjera hakt hij in mootjes. Op een heuvel bouwt hij een nieuw altaar voor de Eeuwige. Het hout van de Asjerapaal gebruikt hij als brandhout voor het stierenoffer. Het is al bijna licht als Gideon en de knechten eindelijk gaan slapen. De volgende ochtend zien de dorpelingen dat het altaar voor Baäl is gesloopt en de Asjerapaal omgehakt. Woest zijn ze. Ze bonken op de deur van het huis van Gideon. Gideons vader doet open. “Je zoon is veel te ver gegaan. In de naam van Baäl en Asjera, deze godslasteraar moet gedood worden. Breng hem hier!” Gideons vader blijft kalm. “Baäl kan wel voor zichzelf opkomen. Gideon heeft jullie niks misdaan, hij is de strijd met Baäl aangegaan. Laat Baäl het zelf maar met Gideon uitvechten.”

Een paar weken later, als het koren geel is, komen de Midjanieten van het overjordaanse. Samen met andere stammen slaan ze hun tenten op in de vlakte van Jizreël. Dan blaast Gideon op de ramshoorn. Elke Israëliet die vechten kan, sluit zich aan bij Gideon. Als ik me maar niet heb vergist, denkt Gideon. “Heer, geef me nog een teken”, bidt hij. Hij legt een schaapsvacht op de dorsvloer. De volgende ochtend is de dorsvloer droog, maar de schaapsvacht is zo nat dat hij hem kan uitwringen. “Nog één keer, alstublieft, maar dan andersom”, bidt Gideon. “Dan ben ik zeker dat U achter me staat.” De nacht daarop is de dorsvloer nat van de dauw, maar de schaapsvacht kurkdroog. “Kom, we gaan”, zegt Gideon tegen de mannen.
Pin It

Auteursrecht

Op dit werk rust auteursrecht. Wil je het voorlezen in een groep? Prima, maar laat het me even weten. Publiceren op papier of web? Vraag naar de voorwaarden.  © Hilda Algra

Aanbieding

Nieuwsbrief met tips

typemachien