Richter, of rechter Debora was één van de charismatische leiders in het vroege Israël, in de tijd van voor de koningen. Het volk wordt in die periode regelmatig geteisterd door plunderende vijandelijke legers. De verhalen in het bijbelboek 'Richteren' gaan telkens over de overwinning door een klein, machteloos groepje van een sterke tegenstander. Dat het niet gaat om heersen, maar om het verjagen van de onderdrukker. En iedere keer opnieuw wordt daarin benadrukt dat niet menselijk geweld, maar interventie van God zelf voor de overwinning zorgt.

Debora, Barak en Jael

Rechters 4 en 5

“Goed dat je gekomen bent, Barak”, zegt rechter Debora.
Samen met Barak zit ze in de schaduw van de grote palmboom in de bergen bij Efraïm. Ze schenkt hem een beker geitenmelk. Ook zichzelf schenkt ze nog eens bij. De oostenwind heeft haar keel droog gemaakt. De hele ochtend heeft ze rechtszitting gehad. Dat doet ze elke vrijdagochtend, hier, onder de boom. Mensen die ruzie hebben over een stuk land of een huwelijk, en er zelf niet uitkomen, gaan naar Debora. Zij moet dan een beslissing nemen. Nu is Debora moe. Moe van alle problemen, ruzies, moe van al het praten. Maar naar dit gesprek met Barak heeft ze uitgekeken. Barak is oké. Hij is eerlijk en recht voor zijn raap. Van hem kan je op aan.

Debora strijkt het kleed waar ze op zitten glad. “Barak, moet je horen, ik heb vanmorgen weer zulke vreselijke verhalen gehoord. Jonge meiden uit ons volk worden geroofd, jongens van nog geen veertien worden vermoord. Het leger van Sisera vernielt onze oogsten en rooft onze mooie spullen. Het wordt steeds erger. Zo gaat het niet langer, Barak. Je moet er wat aan doen.”
Barak zucht. “Ik zou wel willen, maar wat kan ik? Al twintig jaar verliezen we het van koning Jabin. Wij zijn maar ongewapend voetvolk. Tegenover de ijzeren wagens van generaal Sisera zijn we bij voorbaat kansloos.”
“Je vergist je. We zijn niet kansloos. Denk eens aan wat je ouders je vertelden over onze geschiedenis.”

“Hoe bedoel je?” Barak kijkt haar vragend aan.
“Denk aan de tijd dat onze voorouders slaven waren in Egypte. Als we ooit kansloos waren, was het toen wel. Maar de Eeuwige Heer stuurde Mozes en bevrijdde ons. Ook toen we klem zaten tussen de soldaten en de Rietzee, werden we bevrijd. Veertig jaar heeft Hij ons door de woestijn geleid. Telkens werden we aangevallen door andere stammen, maar de Enige beschermde ons. Met Zijn hulp heeft Jozua ook dit land veroverd.”
“God is goed voor ons. Maar nu zijn we het land weer kwijt. We zijn terug bij af”, zucht Barak.

“En hoe komt dat?” Debora klinkt ineens fel. “Omdat we onze geschiedenis zijn vergeten. We zijn zelfs onze Heer vergeten! Niemand denkt nog aan het verbond dat we sloten met de Heer – geprezen zij zijn Naam -. We zouden geen beelden maken en geen andere goden dienen. Maar nu struikel je over de tempels en altaren voor Baäl en Asjera. De mensen maken zich zelfs wijs dat de godin Asjera met onze Heer is getrouwd! Daarom is de Eeuwige kwaad. Daarom zuchten we onder het juk van Sisera. Maar niet lang meer, Barak. Onze Heer laat weten dat jij naar de berg Tabor moet gaan. Verzamel een leger van tienduizend man uit de stammen van Naftali en Zebulon. God zelf zal voor de overwinning zorgen.”

“Weet je het zeker?”, vraagt Barak. Hij vertrouwt het niet helemaal. Zo'n onbenullig leger zonder speren en schilden, tegen de machtige strijdmacht van Sisera?
“Heel zeker!”, zegt Debora stellig.
“Ik ga alleen als jij met me meegaat”, zegt Barak.
“Haha, jij wil weten of ik er zelf in geloof.”, lacht Debora. “Goed, ik ga mee. Maar dan zal de overwinning niet op jouw naam staan. Een vrouw zal de geschiedenis ingaan als degene die Sisera overwon.”

De zon staat al laag aan de hemel. Bij de bronnen van Achsa is het druk. Alle vrouwen van de omliggende dorpen komen water putten.
“Heb je het al gehoord? Sisera is dood.”
“Wat?”
”Ja, echt. Het leger van Barak viel aan vanaf de Tabor. De soldaten van Sisera raakten de kluts kwijt en sloegen op de vlucht. Sisera verstopte zich in de tent van Jaël. Je weet wel, Jaël, de vrouw van Cheber de Keniet. Ze heeft hem nog melk gegeven en hem onder een deken verstopt. Ze deed alsof hij bij haar veilig was. Maar toen hij sliep heeft ze een tentpin door zijn hoofd geslagen. Hij was op slag dood.”
“Wow! Eindelijk zijn we veilig.”
“We zijn vrij!
Loof de Eeuwige!”
Pin It

Auteursrecht

Op dit werk rust auteursrecht. Wil je het voorlezen in een groep? Prima, maar laat het me even weten. Publiceren op papier of web? Vraag naar de voorwaarden.  © Hilda Algra

Aanbieding

Nieuwsbrief met tips

typemachien