Vlak voor de intocht in Kanaän houdt Mozes het volk Israël voor zich aan de geboden te houden. Die geboden zijn niet moeilijk. Het volk heeft de keus. Om samen te kunnen leven in het beloofde land hebben ze die geboden (leefregels) nodig.

Daar zitten ze, op de grond met z’n allen: het hele volk Israël. Oude mensen, kleine kinderen. Baby’s bij hun moeder in de draagdoek. Kinderen tekenen poppetjes in het zand. Vóór hen is de rivier. Aan de overkant is het land waar ze zullen gaan wonen.
Veertig jaar hebben ze door de woestijn gezworven. Bijna iedereen is onderweg geboren. Er zijn nog maar een paar mensen die kunnen vertellen hoe het vroeger was, toen ze in Egypte slaven waren. En hoe ze met Gods hulp zijn gevlucht. Alle anderen weten niet anders dan verhalen van onderweg. Over altijd maar weer verder gaan en zoeken. Zoeken naar water, naar eten. Tenten opzetten, tenten afbreken. Honger, dorst, zere voeten. Bloedje heet soms, maar ook bitterkoud. Leven met de dag.
Hoe zal het zijn om een huis te hebben? Om te kunnen zeggen: in deze straat woon ik? Hoe zal het zijn om dezelfde buren te hebben, dag in, dag uit, jaar in, jaar uit?

Met een stelletje ongeregeld komt dat nooit goed. Dat wordt bonje. Heibel. Trammelant. Daarom heeft God leefregels gemaakt en Mozes, de reisleider, vertelt die aan het volk. Als iedereen zich aan die regels houdt, komt het goed. En nu, zo vlak voordat ze met z’n allen naar de overkant gaan, herhaalt Mozes nog één keer de belangrijkste dingen. Denk erom mensen, dat jullie je aan die regels houden. Ik ken jullie langer dan vandaag. Geen smoesjes nu.

De leefregels die God geeft, zijn niet ver weg.
Ze zijn niet boven de wolken. Je hoeft niet te zeggen: ‘Dat is te hoog voor ons, wij kunnen er niet bij. Wie vliegt er voor ons omhoog om ze op te halen.’
Ze zijn niet aan de andere kant van de wereld. Je hoeft niet te vragen: ‘Wie heeft tijd om alle zeeën te bevaren en door woestijnen te trekken om ze naar ons toe te brengen, zodat we weten wat er van ons gevraagd wordt.’
Nee, die regels zijn heel dicht bij je. Ze liggen op het puntje van je tong. Je voelt ze van binnen, in je hart. Je wordt er mee geboren. Ze zijn niet moeilijk, je kunt ze gewoon doen. Zo simpel is het. Makkie. Een kind kan de was doen.

Aan jou de keus. Je kunt kiezen voor het leven en geluk, en je kunt kiezen voor dood en ellende. De regels van God brengen geluk. Al het andere brengt ongeluk.

Als ik jou was zou ik voor het geluk en het leven kiezen.

Pin It

Auteursrecht

Op dit werk rust auteursrecht. Wil je het voorlezen in een groep? Prima, maar laat het me even weten. Publiceren op papier of web? Vraag naar de voorwaarden.  © Hilda Algra

Aanbieding

Nieuwsbrief met tips

typemachien