Jakob knijpt hem als een ouwe dief. Na veertien jaar gaat hij zijn broer terugzien. De broer van wie hij door list en bedrog het eerstgeboorterecht heeft gestolen. Hoe zal dat gaan? Jakob roept God te hulp en probeert zijn broer Ezau gunstig te stemmen door eerst een heleboel cadeau’s vooruit te sturen.

Schapen, schapen en nog eens schapen. Als een dikke wollen deken deinen ze blatend over de vlakte bij Machanaëm. En geiten, kamelen, ezels en koeien, zover het oog reikt. Het zijn de kudden van Jakob. Hij heeft goed geboerd bij Laban. Met zijn stok als enig bezit is hij van huis gegaan. En kijk hem nou staan, veertien jaar later, als echte patriarch tussen zijn knechten en slaven, met zijn vier vrouwen en zijn elf kinderen.

Het succes is hem niet aangevlogen. Hij heeft bedrogen en op zijn beurt werd hijzelf bedrogen. Maar het is hem toch gelukt. Met Gods hulp. Diezelfde God die hem nu opdracht heeft gegeven terug te gaan naar waar hij vandaan kwam. Het is tijd voor verzoening met zijn broer. Zou Esau nog kwaad zijn?

Ik moet vertrouwen op God, denkt Jakob. Hij heeft me tot nu toe altijd geholpen. Maar ik ben zó bang! Met vierhonderd man is Esau hierheen op weg. Dat kan maar één ding betekenen: oorlog. Wat moet ik doen? Ik heb het kamp al opgesplitst. Als Esau het ene kamp aanvalt, kan de andere helft tenminste nog ontkomen.

God, help me alstublieft, bidt Jakob. U hebt mijn grootvader Abraham geholpen en mijn vader Izaäk. En mij hebt u meer gezegend dan ik verdien. Maar nu ben ik zo bang voor mijn broer. Hij zal ons aanvallen. Ook de kinderen en hun moeders. En wat komt er dan van uw belofte terecht? U hebt gezegd: ik zal jou succesvol maken en veel kinderen geven, als zandkorrels aan de zee zoveel nakomelingen zul je krijgen: ontelbaar zullen ze zijn.

De hele nacht blijft Jakob buiten, biddend. De volgende ochtend vroeg stelt hij kuddes samen, die hij als cadeau vooruitstuurt naar Esau. 220 geiten stuurt hij die kant op en geeft de knecht de opdracht aan Esau te vertellen dat dit een cadeau van Jakob is en dat Jakob straks ook komt. Ook 220 schapen stuurt hij naar Esau, en de knecht die ze hoedt krijgt dezelfde boodschap mee. Daarna volgen dertig kamelen met hun veulens, vijftig koeien en stieren, dertig ezels en elk van de knechten moet eenzelfde boodschap overbrengen. “En vergeet vooral niet te zeggen: “Uw dienaar Jakob komt achter ons aan”, bindt hij de knechts op het hart. “Zul je dat niet vergeten?”
Misschien, denkt Jakob, temper ik Esau’s woede met al die cadeau’s.

 

Lees hoe het verder gaat met Jakob

Pin It

Auteursrecht

Op dit werk rust auteursrecht. Wil je het voorlezen in een groep? Prima, maar laat het me even weten. Publiceren op papier of web? Vraag naar de voorwaarden.  © Hilda Algra

Aanbieding

Nieuwsbrief met tips

typemachien