Voor de mensen die niet luisterden is het nu te laat. Noach en zijn familie zal gemengde gevoelens hebben gehad bij deze wonderlijke redding.
De ark kunnen ze niet zelf besturen. Ze moeten zich overgeven aan Gods plan en vertrouwen dat het water hen zal dragen.




‘Klaar!’, zegt Noach.
‘Je hebt wel eens mooiere dingen gemaakt, pa’, zegt Sem. ‘Maar hij is stevig. En waterdicht.’
‘Ik ben best trots.’ Sems vrouw staat met de armen in haar zij hun bouwwerk te bewonderen. ‘In korte tijd hebben we met ons achten en bijna zonder kibbelen een zeewaardig schip gemaakt.’
‘Nou… schip…’, zegt Jafet, ‘het is meer een kist, een ark. Er zit geen roer op, geen zeil, we zijn compleet stuurloos.’

‘Je hebt gelijk, Jafeth, en jij ook Sem’, vindt Noach, ‘hij is niet mooi, het is eigenlijk geen schip maar een kist en we kunnen hem niet zelf besturen. We zullen ons moeten overgeven aan wat God met ons van plan is. Met zijn hulp zullen we in deze ark overleven. Wij en de dieren. Maar niet getreuzeld, ik hoor de mammoeten al komen. God stuurt ons de dieren die mee mogen in de ark. En denk erom: laat van elke soort niet meer dan twee dieren binnen, een mannetje en een vrouwtje. Alleen van de heilige, reine dieren mogen zeven paar mee. Zet de dieren zoveel mogelijk bij elkaar, anders komen we hokken te kort. Maar let erop dat een roofdier niet bij zijn prooi komt. De Tirannosaurusen Rex doen we met ons allen, die gaan in het achterste hok. Dat heeft Cham extra stevig gemaakt. Oké, aan de slag. We hebben precies zeven dagen de tijd.

Van zonsopgang tot ver na zonsondergang is de familie in touw om alle dieren hun plaatsje te geven. Eerst waren alleen de buren komen kijken, maar nu zien ze zelfs mensen van een dagreis ver. Iedereen wil met eigen ogen zien of het gerucht waar is, over die malle Noach en zijn ark vol dieren.
‘Wat een stelletje idioten’, lachen de buren. ‘Ik wist dat Noach niet goed snik was, maar dít had ik niet verwacht.’
‘Hé Sem, gaat je pa jullie straks aan die leeuwen voeren?’
‘Niet reageren’, zegt Sems vrouw, ‘doe of je het niet hoort. Over een paar dagen…’ ‘Daarom juist!’, gromt Sem. ‘Met hun stomme kop weten ze niet wat hen boven het hoofd hangt. Hoe kan ik het aan hun verstand brengen?’
‘Ze hebben alle tijd gehad’, zegt zijn vrouw. ‘Noach heeft het ze vaak genoeg gezegd, maar ze luisterden niet. Wat je ook zegt, ze zullen niet van gedachten veranderen.’
‘Ik weet het wel, maar toch...’, moppert Sem.

Zeven dagen later, als alle dieren binnen zijn, begint het te regenen. Geen motregen of miezerbuitje. Het plenst, het water valt met bakken uit de lucht. Nu rennen Noach en zijn familie ook de ark in. Het is er schemerdonker. ‘Zijn we er allemaal?’, roept Noach over het geraas van de regen heen. Iedereen is er. Dan horen ze een enorme klap. Verbaasd kijken ze elkaar aan. ‘God deed de deur dicht’, roept Noach. Zwijgend houden ze elkaars hand vast. Iedereen is verzonken in eigen gedachten. Dan voelen ze beweging. Ze kijken elkaar aan. ‘We zijn los’, zegt Sem.

Pin It

Auteursrecht

Op dit werk rust auteursrecht. Wil je het voorlezen in een groep? Prima, maar laat het me even weten. Publiceren op papier of web? Vraag naar de voorwaarden.  © Hilda Algra

Aanbieding

Nieuwsbrief met tips

typemachien