God ziet hoe de mensen onrecht op onrecht stapelen en alles kapot maken. Hij krijgt spijt dat Hij de aarde heeft geschapen en besluit overnieuw te beginnen. Met Noach, de enige die wel rechtvaardig is.


‘Noach, luister’, zegt God. ‘In het begin maakte ik de aarde, dat weet je. Ronduit goed was het. Land en zee, de grote bomen en de kleine kruiden, de vissen en de vogels en alle dieren op het land: alles was prachtig en alles hing met elkaar samen. Van de grote potvis tot de kleinste bacterie: alles had zijn eigen plaats in dit perfecte systeem. En het mooist van alles was de mens, de man en de vrouw die ik persoonlijk mijn adem gaf. Ze waren mijn evenbeeld: ook zij konden mooie dingen maken en daarvan genieten. Met hen erbij was mijn schepping volmaakt.

Maar dat duurde niet lang. Ze wilden meer. Ze wilden mij overtroeven. Zoveel macht zouden ze niet aankunnen. Daarom heb ik ze uit de tuin gezet, voor hun eigen bestwil en voor het behoud van de aarde. Het leven buiten de tuin was moeilijker. Daar zouden ze hun handen vol aan hebben. Er zou geen tijd overblijven om kwade dingen uit te denken. Maar dat viel tegen. Het kwaad kreeg Kaïn in zijn greep en hij sloeg zijn broer dood. En daarna ging het van kwaad tot erger.

Kijk om je heen, Noach. Zie wat er van mijn schepping is geworden. De mensen hebben er een puinhoop van gemaakt. Ze laten hun vuisten spreken in plaats van hun hart. Ze vragen niet: ‘Wat kan ik voor je doen?’ maar ‘Wat moet je van me?!’ Mannen houden niet van hun vrouwen, maar denken dat ze hun bezit zijn. De mensen zorgen niet, maar roven, ze luisteren niet maar bevelen. Ze scheppen niet, maar ze maken alles kapot. Ze mishandelen mijn schepping. Alles wat mooi is maken ze kapot. Ik wil een nieuw begin maken, Noach.

Daarom heb ik een besluit genomen. Ik ga schoon schip maken. Wegspoelen ga ik alles. En daarna begin ik overnieuw. Met jou, Noach, want jij bent niet zoals de rest. Jij bent goed en leeft zoals je bedoeld bent. Je hebt je hart op de goede plaats, je handen weten wat liefde is, je ogen zien het goede in je vrouw en je kinderen. Je zorgt voor je dieren. Zo bedoelde ik het Noach. Daarom wil ik jou bewaren. Jou en je vrouw en je drie zonen en hun vrouwen.

Luister dus goed, Noach. Jij moet een heel grote kist maken, een ark. Van pijnboomhout. Maak hem driehonderd el lang, vijftig el breed en dertig el hoog en besmeer hem van binnen en buiten met pek, zodat hij geen druppel water doorlaat. Maak er kamers in, verdeeld over drie verdiepingen, en ramen. De deur, die moet aan de zijkant komen en groot genoeg zijn om een mammoet door te laten.

Als het klaar is laat je je vrouw en zonen en hun vrouwen naar binnen gaan. En ik zal je van alle dieren een paartje sturen, van alle dieren gaan er twee mee, een vrouwtje en een mannetje. Die kunnen later weer jongen krijgen, zodat ze niet uitsterven. Zorg ook voor een grote voorraad eten en drinken voor jullie allemaal, voor de mensen en de dieren. Jullie worden het nieuwe begin.

Pin It

Auteursrecht

Op dit werk rust auteursrecht. Wil je het voorlezen in een groep? Prima, maar laat het me even weten. Publiceren op papier of web? Vraag naar de voorwaarden.  © Hilda Algra

Aanbieding

Nieuwsbrief met tips

typemachien