Jezus laat de verlamde in beweging komen om iets met de rest van zijn leven te doen. Dat is een groot contrast met de reactie van de mannen die - in plaats van blij te zijn met de man die weer lopen kan - er een punt van maken dat hij op sabbat met zijn matje loopt. De verlamde krijgt in deze navertelling de naam Eljon.


Een zonnestraal kietelt over Ejons gezicht. Langzaam opent hij zijn ogen en ziet hoe het badwater spiegelglad schittert. Een paar meter verderop zit David tegen zijn zuil.
‘Goeiemorgen David’, zegt Eljon.
‘Goedemorgen Eljon’, groet David terug. ‘Vandaag is mijn verjaardag.’ David zegt het met een wat schamper lachje. ‘Ik lig hier precies een jaar.’ ‘Zo lang alweer?’, vraagt Eljon verbaasd, ‘Ik herinner me als de dag van gister dat je gebracht werd. Nou, op het nieuwe jaar dan maar! En dat het je dit jaar wel moge lukken om de eerste de beste te zijn.’
‘Dank je, jij ook.’ zegt David.
‘Ach, ’ zucht Eljon, ‘na 38 jaar hier heb ik me er wel zo’n beetje bij neergelegd. Het is niet anders.’

Eljon, David en de anderen zijn de vaste gasten in Betesda, een badhuis in Jeruzalem. Ze hebben hun eigen plekje in de zuilengangen rondom het bad. Ze houden het badwater goed in de gaten. Heel af en toe beweegt plotseling het water. Wie er dan als eerste in is, is beter, hoe ziek hij voor die tijd ook was. Elke dag komen er nog tientallen andere zieken. Zij hebben familie die hen brengt en haalt en naar het bad draagt. Eljon en David moeten het op eigen kracht doen. Dat valt niet mee, want Eljon is verlamd. Eén keer was het hem bijna gelukt, maar toen was hij toch nog tweedst.

Vandaag belooft het een goede dag te worden. Uit de wijde omtrek zullen mensen naar Jeruzalem komen voor het feest. Sommigen komen dan naar Betesda en zijn scheutig met giften. Het wordt inderdaad een goede dag: veel volk, veel giften. Behendig schuift Eljon het geld dat hij toegeworpen krijgt onder zijn matje, op één stuiver na. Zo krijgt hij meer giften.

Dan staan er twee voeten voor hem stil, zonder dat er geld op zijn matje valt. Verbaasd kijkt Eljon omhoog. Het is een rabbi.
Hij vraagt: ‘Wil je beter worden?’
Pfoe. Jaren geleden heeft Eljon die wens al uit zijn hoofd gezet. Hij kijkt naar zijn benen. En naar de geldbult onder zijn matje.
Dan kijkt hij de rabbi aan en antwoordt: ‘Ja, ik wil beter worden. Ik probeer het al achtendertig jaar, maar ik ben altijd te laat omdat niemand me helpt.’
‘Pak je mat op en loop!’, zegt de rabbi.
Eljon krijgt geen kans om te twijfelen. Hij staat op, pakt zijn matje, vergeet het geld en loopt tussen de mensen een rondje om het bad.
‘Ik loop!’, lacht hij. ‘Kijk dan ik loop!’

‘Fijn voor jou’, zeggen twee mannen. ‘Maar je draagt een matje. Dat mag niet op de sabbat.’
‘O,’ zegt Eljon, 'maar de rabbi die mij beter maakte zei van wel.’
‘Welke rabbi?’, vragen de mannen. Foute rabbi, denken ze, die mensen op sabbat een matje laat dragen. Maar Eljon kan de rabbi in de drukte niet meer vinden. Later vindt hij hem wel: in de tempel. Het is rabbi Jezus, hoort hij.
‘Dank u wel dat u mij beter maakte’, zegt Eljon.
‘Je bent nu gezond’, zegt Jezus, ‘Leef voortaan zoals je bedoeld bent.’

Gepubliceerd in Kind op Maandag, februari 2007, voor groep 5-8 basisschool.
Pin It

Auteursrecht

Op dit werk rust auteursrecht. Wil je het voorlezen in een groep? Prima, maar laat het me even weten. Publiceren op papier of web? Vraag naar de voorwaarden.  © Hilda Algra

Aanbieding

Nieuwsbrief met tips

typemachien