Vierde deel van een vierluik over bijbelboek Esther.

'Nu komt het erop aan', denkt Esther. 'Het leven van oom Mordekai en van heel ons volk hangt van dit moment af. En mijn leven. Ik ben bang!' Zenuwachtig loopt ze heen en weer in de mooi versierde eetzaal. Koning Ahasveros komt binnen. Hij glimlacht enthousiast en knikt naar Esther, terwijl hij haar blijft aankijken. Dat is gunstig. Daar komt ook Haman binnen. De gluiperd, denkt Esther.

De bedienden zetten geurige gerechten op tafel. Haman en Ahasveros praten over politiek. Esther luistert niet. Ik kan nog terug, denkt ze. Als Ahasveros vraagt wat ik wil, vraag ik zomaar wat. Een halsketting of een paleis of zo. Of ik doe of ik ineens geïnteresseerd ben in politiek en vraag iets over die wet. Dan hoef ik niet te bekennen dat ik zelf ook joodse ben. Maar als dat ons volk niet helpt? Oom Mordekai zei zoiets: waarom God mij hier geplaatst heeft. Zou het waar zijn? Ben ik degene die mijn volk moet redden? Ik ben geen held, ik ben bang! Aan de andere kant: Ahasveros lijkt nog steeds verliefd op mij. Misschien moet ik dat toch gebruiken ...

De wijn wordt ingeschonken. Dan vraagt koning Ahasveros: 'Wat wil je vragen, koningin Esther? Al is het de helft van mijn rijk, je krijgt het.' Hij kijkt echt lief, denkt Esther. Ik waag het. 'Majesteit, als u het beste met mij voorheeft, en ik denk dat u dat heeft.... Misschien wilt u dan, alstublieft, mij en mijn volk in leven laten? Dát is mijn vurigste wens. Want wij, joden, zijn verkocht voor tienduizend zilverstukken. Voor dat bedrag worden wij uitgeroeid. Waren we verkocht als slaven, dan had ik u hiermee niet lastig gevallen. Maar laat ons alstublieft leven!'

De koning is verbijsterd. 'Waar is die schurk? Wie is zoiets afschuwelijks van plan?' Dan wijst Esther naar Haman en met samengeknepen ogen zegt ze: 'Dáár zit-ie! Die meedogenloze vijand van mijn volk is Haman!' Woedend stuift de koning op en stormt de paleistuin in om af te koelen. Dan valt Haman neer aan de voeten van Esther. 'Koningin Esther, het spijt me, red me!', smeekt hij. Huilend klampt hij Esther vast. Net op dat moment komt koning Ahasveros weer binnen. 'Wat?', briest hij, 'Wou je je ook nog aan mijn vrouw vergrijpen?' De bedienden grijpen hem en met een zak over zijn hoofd wordt Haman afgevoerd. De volgende dag wordt hij gehangen aan zijn eigen paal, de paal die hij voor Mordekai had klaargezet.

Die dag vraagt Esther opnieuw om een gesprek met de koning. Dit keer is Mordekai erbij. 'Haman is gestraft', zegt Esther, 'maar zijn wet is nog van kracht. Ik kan het niet aanzien dat mijn volk wordt uitgemoord. Wilt u alstublieft die wet herroepen?' 'Het spijt me', zegt koning Ahasveros. 'Een wet van Meden en Perzen kan zelfs de koning niet herroepen. Maar jullie kunnen wel een tegenwet maken.' 'Dank u', zegt Mordekai en maakt een wet die regelt dat de joden zich op die ene dag van Hamans moordwet mogen doden wie hen aanvalt. Het volk is uitzinnig van blijdschap en dagenlang is er feest in het hele land.


Gepubliceerd in Hemel en Aarde, 2008
Pin It

Auteursrecht

Op dit werk rust auteursrecht. Wil je het voorlezen in een groep? Prima, maar laat het me even weten. Publiceren op papier of web? Vraag naar de voorwaarden.  © Hilda Algra

Aanbieding

Nieuwsbrief met tips

typemachien