Vierluik over Esther, deel 3. (8+)

'Moeten jullie horen!' Haman kan haast niet wachten om zijn vrouw Zeres en zijn vrienden het goede nieuws te vertellen. 'Ik heb bij de koningin gegeten vandaag. De enige andere gast was de koning zelf!' 'Wow!', roepen zijn vrienden. 'Gewéldig, Haman!' 'En er is nog meer', zegt Haman, 'Koning Ahasveros vroeg aan de koningin: “Wat wil je me vragen? Al is het de helft van mijn koninkrijk, ik zal het je geven!” En weet je wat ze toen zei?' 'Wat de koningin nou willen?', zegt Zeres, Hamans vrouw. 'Ze heeft alles al. Nóg een halsketting? Of een eigen paleis?' 'Nee, je raadt het nooit', zegt Haman. 'Ze wilde morgen nóg een keer dineren. Weer alleen met de koning en mij!' De anderen zijn er stil van. Haman heeft het goed voor elkaar. Dan wordt Hamans gezicht grimmig. 'Maar toen zag ik in de poort die nare Mordekai, die jood die niet voor mij wil buigen. Ik had hem bijna gewurgd, zo kwaad was ik. Die man verpest alles.' 'Doe er dan iets aan!', zegt Menir, 'Je mag van de koning toch met hem doen wat je wilt? Nou dan! Laat morgen nog een paal klaarzetten en hang hem daaraan op. Dan ben je van hem af.'

Die nacht kan de koning niet slapen. Hij laat een lakei hem voorlezen uit de verslagen van het land. Meestal zijn die zo saai dat hij al gauw in slaap valt. Maar dit keer is hij nog wakker als de lakei voorleest over een poging om de koning te vergiftigen. 'Mordekai die dienst deed in de poort, onderschepte het bericht en redde zo het leven van de koning', leest de lakei. 'Heeft iemand die man ooit bedankt daarvoor?', vraagt koning Ahasveros. 'Nee,' zegt de lakei, 'daarover staat hier niets.' 'Het wordt ochtend', zegt de koning. 'Is er al iemand in de hof?' De lakei kijkt uit het raam en ziet Haman staan. In alle vroegte heeft die zijn knechten opgedragen een paal klaar te zetten. Hijzelf is naar het paleis gegaan om de koning te vertellen dat hij vandaag Mordekai gaat ophangen. Wat zal de koning trots op hem zijn. Zonder Haman zou het land een chaos zijn.

'Goedemorgen sire!', zegt Haman. 'Haman, ik heb een vraag', zegt de koning. 'Hoe kan ik iemand openbaar eer bewijzen?' Haman gloeit van trots. Twee koninklijke diners achter elkaar en nu ook nog een speciaal openbaar eerbetoon voor hem? Het kan niet op! Haman denkt snel na wat hij het fijnst zou vinden. 'Een hoge minister zou hem een koninklijk gewaad om moeten hangen. Hij moet op een gekroond koninklijk paard over het stadsplein gaan. Die minister zou voor hem uit moeten gaan en roepen: “Zo eert de koning de eerbare man.” 'Uitstekend', zegt koning Ahasveros. 'Doe zo met Mordekai die in de paleispoort zit.'

Die middag loopt Haman over het stadsplein. Achter hem rijdt Mordekai in een koninklijke mantel op een paard. 'Zo eert de koning de eerbare man', mompelt Haman. 'Luider!', zegt Mordekai. Knarsetandend roept Haman: 'Zo eert de koning de eerbare man.' 'Goed zo', zegt Mordekai.

Gepubliceerd in Hemel en Aarde, 2008

Pin It

Auteursrecht

Op dit werk rust auteursrecht. Wil je het voorlezen in een groep? Prima, maar laat het me even weten. Publiceren op papier of web? Vraag naar de voorwaarden.  © Hilda Algra

Aanbieding

Nieuwsbrief met tips

typemachien