Vierluik over Esther, deel 2

In de paleispoort zit een man met water, olie en doeken. Het is Mordekai, de oom van koningin Ester. Door bij de poort te werken, kan hij een beetje in haar buurt zijn. 'Mag ik uw voeten verzorgen?', vraagt hij aan de voorbijgangers. 'Ach ja, waarom ook niet', zegt een lijfwacht en praat verder met zijn vriend terwijl Mordekai zijn voeten wast. 'Morgen, tijdens je dienst, moet je dit in zijn wijn doen', fluistert de lijfwacht en stopt zijn vriend iets in de hand. Als de mannen weg zijn, snelt Mordekai naar een schildwacht en laat aan Ester doorgeven: 'Lijfwachten Bigtan en Teres beramen een aanslag op de koning.' Zo redt hij het leven van koning Ahasveros.

Er klinkt trompetgeschal. Het is voor premier Haman. Hij is na de koning de machtigste man in het land. Iedereen buigt voor Haman, want dat staat in de wet. Alleen Mordekai houdt zijn rug recht. Elke dag zeggen de schildwachten er iets van. Maar Mordekai trekt zich er niks van aan. Dan zeggen de schildwachten tegen Haman: 'Weet u dat die voetwasjood in de poort nooit voor u buigt?'

Woedend is Haman. Hij haat Mordekai. Elke keer als hij Mordekai ziet, groeit zijn haat verder, tot hij alle joden haat en een plan uitbroedt om ze uit te roeien. Op een dag zegt hij tegen koning Ahasveros: 'Weet u dat verspreid in het hele land een volk leeft dat zich niet wil aanpassen? Ze houden zich alleen aan hun eigen wetten. Het is niet goed voor het land als u ze hun gang laat gaan. Er zou een wet moeten komen dat ze moeten worden uitgeroeid. Dan zal ik tienduizend zilverstukken betalen aan de schatkist.'

Ahasveros is met zijn gedachten bij een feest van de volgende dag. 'Doe wat je verstandig lijkt', zegt hij en geeft Haman zijn zegelring. Een week later horen alle mensen in hun eigen taal de wet van Haman, de wet met het koninklijke zegel. Daarin staat dat over precies elf maanden elke jood wordt gedood. Alle joden scheuren hun kleren en trekken rouwend en jammerend door de straten. En terwijl de koning en Haman rustig zitten te drinken, is heel het land in rep en roer.

'Koningin Ester vraagt wat er aan de hand is', meldt een schildwacht aan Mordekai. Mordekai vertelt hem over de wet van Haman. 'Laat Ester weten', zegt hij, 'dat ik God dank dat hij haar op deze plaats bracht. Laat haar direct naar de koning gaan om voor haar volk te pleiten.' Even later is de schildwacht terug met een boodschap van Ester: 'Ik kan alleen naar de koning als hij me vraagt. Als ik zelf ga, word ik gedood.'

'Zeg tegen Ester:', zegt Mordekai tegen de schildwacht. 'Denk niet dat jij in het paleis veilig bent. Voor ons komt de redding wel, hoe dan ook. Maar als jij niet voor je eigen volk opkomt, ben je nog niet jarig.' Dan komt een bericht van Ester terug. 'Oké, ik doe het. Laat iedereen drie dagen vasten. Ik zal ook vasten. Daarna ga ik naar de koning. Als dat mijn dood wordt, het zij zo.'

 

Gepubliceerd in Hemel en Aarde, 2008

Pin It

Auteursrecht

Op dit werk rust auteursrecht. Wil je het voorlezen in een groep? Prima, maar laat het me even weten. Publiceren op papier of web? Vraag naar de voorwaarden.  © Hilda Algra

Aanbieding

Nieuwsbrief met tips

typemachien