Algra Tekst & Verhaal

Deel 1 van een vierluik over Esther


Er was eens een koning die Ahasveros heette. Zijn koninkrijk besloeg heel Medië en Perzië en telde maar liefst 127 provincies. Elke provincie had een eigen taal. Om te zorgen dat ze niet de hele tijd oorlog voerden, had Ahasveros wettenmakers. Wekelijks vaardigden zij een nieuwe wet uit die Ahasveros met zijn zegel bekrachtigde. Hij had vertalers die ze vertaalden in de 127 talen en voorlezers die ze voorlazen in alle dorpen en steden van het land. Iedereen moest de wet kennen, want een wet van Meden en Perzen bleef voor iedereen altijd geldig.

Om de vrede te handhaven, liet koning Ahasveros feesten organiseren. Tijdens een feest maak je geen ruzie, maar leg je je geschillen bij. Een zo'n feest was voor alle inwoners van zijn stad Susa. Iedereen was welkom: rijk en arm, jong en oud, man en vrouw. Mannen en vrouwen vierden gescheiden feest, maar verder was iedereen gelijk. Ze dronken uit gouden bekers en kregen wijn en hapjes zoveel ze wilden. Ahasveros was er zelf ook. Aan het eind van dat feest riep hij: 'Ik heb de mooiste vrouw van de wereld. Geloof je het niet? Je zult het zelf zien.' Hij liet koningin Wasti halen. Ze moest komen met de kroon op haar hoofd. Even later kwamen de lakeien terug zonder de koningin. 'De koningin komt niet', zeiden ze. 'Ze zegt: “Graag zie ik de koning onder vier ogen, maar ik ben geen pronkstuk.”' Ahasveros werd rood tot ver achter zijn koninklijke oren. Hoe durfde zijn vrouw hem zó te vernederen. Snel trok hij zich terug in zijn koninklijke suite en vroeg zijn wijze mannen om raad.

'Wat de koningin deed is schandelijk!', zeiden de mannen. 'Ze heeft u voor paal gezet. Als de mensen dit horen, zal elke vrouw haar man ongehoorzaam worden. In alle huizen zal ruzie zijn, de hele samenleving raakt ontwricht. Laat vandaag nog een wet maken waarin staat dat Wasti geen koningin meer is en dat u haar kroon aan een betere vrouw zult geven. Laat de wet voorlezen in heel het land. Dan weet elke vrouw dat ze haar man moet gehoorzamen.'

'Goed idee', zei Ahasveros. De wet werd overal voorgelezen en Wasti kreeg een kamer achter in het paleis. Maar na een maand voelde Ahasveros zich eenzaam. Daarom organiseerden zijn dienaren een koninginneverkiezing. De mooiste meisjes uit het land pakten ze op en brachten ze naar het paleis. Na een jaar schoonheidsbehandelingen mocht elk meisje één nacht bij de koning zijn. Eén van die meisjes was Ester. Ester was een joodse wees die tot dan bij haar oom Mordekai had gewoond. 'Vertel ze niet dat je joods bent', zei haar oom. Dat bleef dus geheim. Alle meisjes in het paleis waren mooi, maar Ester was het mooist en liefst van allemaal. Toen Ester na een jaar naar de koning ging, werd hij op slag verliefd. 'Jij bent mijn koningin!', zei hij en zette de kroon op haar hoofd. In heel het land werd feestgevierd. De dag dat Ester koningin werd, werd een nationale feestdag.

Gepubliceerd in Hemel en Aarde, 2008