Exodus - Fragment uit het dagboek van Mirjam, de zus van Mozes. 12+

 

Mirjam leefde ongeveer in 1250 voor Christus, in Egypte. Haar ouders waren derde generatie economische vluchtelingen. De eerste generaties vluchtelingen waren er welkom, omdat ze voor welvaart zorgden. Later voelden de Egyptenaren zich steeds meer bedreigd door het groeiende aantal ‘buitenlanders’. De farao (god/koning) van Egypte besloot iets te doen om de bevolkingsaanwas tegen te gaan. Alle jongetjes moesten direct na hun geboorte verdronken worden. Dan zouden de meisjes wel met Egyptische mannen trouwen en zo vanzelf integreren. En de Hebreeën, man en vrouw, jong en oud, moesten het zwaarste werk doen voor een hongerloon: stenen bakken en de steden Ramses en Piton bouwen. Dan zou de lust tot voortplanten hen wel vergaan. Het dagboek begint als Mirjam twaalf jaar is.


5 Sivan, Rameses 8
Lief dagboek,

Gister ben ik twaalf geworden. Om dat te vieren gaf Ma me dit mooie schrift cadeau. Het is van echt papyrus!
Ma vertelde dat ze ook als twaalfjarige begonnen was met een dagboek te schrijven. Toen kende ze Pa al. Op haar dertiende is ze getrouwd en een jaar later werd ik geboren. ‘Shit,’ dacht ik, ‘nu gaat ze me vertellen dat ze een vent voor me hebben uitgezocht.’ Maar dat viel mee. Ze heeft me alleen nog wat meer uitgelegd over ongesteldheid en kinderen krijgen. ’t Meeste wist ik al van mijn vriendin Saar, maar dat heb ik niet gezegd. Volgens mij vond Ma het heel belangrijk dat ze dit zèlf aan mij zou vertellen, dus ik liet haar maar praten.

Maar nu ik dan toch een dagboek heb: laat ik me eens voorstellen. Ik ben dus Mirjam en ik woon in Egypte. Ik heb een vader, Amram en een moeder, Jochebet. Ik heb twee broers: Aäron is negen en soms lief en soms stierlijk vervelend. En Mozes is vijf, maar die woont niet meer hier. Mozes woont in het paleis van de Farao en wordt daar opgevoed als Egyptische prins. Hoe dat gekomen is? Dat is een verhaal apart.

Ik hoor tot de joodse stam van Jozef en omdat we geen Egyptenaren zijn, worden we als slaven gebruikt. We moeten hard werken in de bouw. Wie niet meewerkt krijgt ervan langs met stok of zweep. Zelf heb ik één keer de zweep over mijn rug gekregen. Een opzichter stond op ons te foeteren en toen had ik tegen hem gezegd: ‘Doe het dan zelf, klootzak!’ Ik mompelde het heel zachtjes, maar hij hoorde het toch. Nou, dat heb ik geweten! Drie flijmscherpe zweepslagen dwars over mijn rug. Drie grote, bloedende repen open vlees. Ik hoef niet te schrijven hoe dat voelt. Wie het zelf heeft meegemaakt, weet het maar al te goed. En wie het niet heeft meegemaakt, kan zich er toch geen juiste voorstelling van maken. De pijn is in ieder geval zo erg dat je het nooit meer wilt meemaken. En de littekens herinneren je daar blijvend aan.

Pa zegt dat de Egyptenaren eigenlijk bang voor ons zijn en daarom ons zo gemeen behandelen. Dat is ook de reden waarom onze pasgeboren jongetjes vermoord worden. Die regel is nu alweer vijf jaar van kracht. Toen Mozes – die toen nog Broertje heette - werd geboren was het net begonnen. Maar de vroedvrouwen van ons volk, Sifra en Pua, weigerden de jongetjes te doden.

Zo ontsprong ook ons Broertje de dans van het zwaard. Maar toen kregen alle Egyptenaren de opdracht om pasgeboren Hebreeuwse jongetjes in de Nijl te gooien. Daarom moesten we Broertje verborgen houden. Eerst ging dat wel, al moest ik telkens smoesjes verzinnen waarom mjin vriendin Saar ineens niet meer bij ons binnen mocht spelen. Maar na een tijdje werd Broertjes stem krachtiger: huilen dat ie deed, huilen! Zeg maar gerust schreeuwen. Het was aan het eind van de straat nog te horen. We stonden allemaal op scherp om hem zo snel mogelijk te sussen, maar dat lukte natuurlijk niet altijd. Wat hebben we in angst gezeten, die tijd!

Toen Broertje drie maanden was, ging het echt niet meer. Ma heeft een biezen mand waterdicht gemaakt en er dekentjes in gelegd. Ze vertelde me wat ze van plan was: Broertje te vondeling leggen in de Nijl. Ik zei: 'Ma, je bent gek geworden!’ Ik wilde naar buiten rennen om Pa te halen, maar Ma hield me tegen. ‘Maak jij het nou niet nog moeilijker dan het al is!’ siste ze me toe. En ze legde me uit dat dit nog zijn enige kans zou zijn om te overleven. Uiteindelijk moest ik toegeven dat ze wel gelijk had. Broertje werd in het mandje gelegd en samen gingen we naar de oever van de rivier, waar we Broertje in de mand tussen het riet zetten. Ma zei bitter: ‘Ze krijgen het zoals ze het hebben willen maar dan wel op onze manier. In de Nijl verzopen worden? Nou, in de Nijl zal hij drijven!’

Toen zong ze een lied voor Broertje:
'Ik leg jou in de armen van de rivier,
haar stroom brengt je naar je bestemming.
Is het nieuw leven of is het dood?
Huil maar niet meer, laat je gaan:
Iemand zal zich over je ontfermen.'

Daarna zei Ma: ‘Ik kan het niet langer aanzien. Verstop je hier en let goed op wat er gebeurt.’ en ze rende huilend weg.
Ik heb daar zeker een uur gezeten, gehurkt met mijn enkels in het water. Een uur waarin ik telkens opnieuw bedacht dat ik gewoon Broertje uit de mand moest pakken en weglopen. Het geeft niet waarheen. Weg van deze rotte plek op de aarde. Maar dan zouden we zó opgepakt worden en zou Broertje gelijk vermoord worden. Ik zat vast, in de modder, in de situatie: ik wist geen oplossing.

Door al dat water kreeg ik koude voeten en moest ik plassen. En net toen ik bedacht hoe ik dat stilletjes kon doen, kwam de prinses met haar hofdames. De prinses liep vlak langs me naar het open water om zich te baden. Mijn hart klopte zo hard, dat ik bang was dat ze het zou horen, maar ze zag me gelukkig niet. En de hofdames bleven achter mij op de oever lopen, dus ik moest naar twee kanten opletten. Wat zou er gebeuren als ze me hadden gevonden? Niet veel goeds in ieder geval. Even later zag de prinses de mand en moest een hofdame hem pakken. Ik dook nog verder weg tussen het riet en hield mijn adem in toen ze langs me kwam.

Toen de hofdame de mand openmaakte, werd Broertje wakker van het licht dat plotseling in zijn gezichtje scheen. Hij begon te huilen. Ik zou zó op hem afgerend zijn, om hem te troosten, maar dat kon natuurlijk niet. Ik luisterde heel goed wat de prinses en de hofdame zeiden. Ze begrepen direct dat Broertje te vondeling was gelegd vanwege de nieuwe regel dat onze jongetjes gedood moesten worden. De prinses was helemaal wèg van Broertje en zei dat ze hem zelf wel wilde opvoeden. De hofdame zei daarop dat er een Hebreeuwse vrouw gevonden moest worden die hem borstvoeding kon geven totdat hij groter was. Toen kwam ik tevoorschijn uit mijn schuilplek en ik zei dat ik wel iemand wist die dat misschien wilde doen. Ik denk dat ze wel vermoedden dat ik zijn zus was en dat ik doelde op onze moeder, maar ze hebben dat expres niet hardop gezegd. Ik mocht Ma halen en er werden afspraken gemaakt. Broertje zou bij ons mogen blijven en borstvoeding krijgen tot hij drie jaar zou zijn. De prinses zou zorgen dat Ma goed te eten zou krijgen. Wat waren we blij!!

Drie jaar hebben we voor hem mogen zorgen. Die jaren waren zó om. Maar op zijn derde verjaardag moest Broertje definitief naar het paleis. Ma heeft hem gebracht. De avond voor zijn verjaardag herinner ik me als de dag van gisteren. Hij vroeg onder het eten: 'Waarom Bjoetje weg? Bjoetje stout?' Ma vertelde dat hij een prins zou worden, heel rijk en heel knap, net als in een sprookje. Maar we moesten allemaal huilen. De volgende dag was er in het paleis een hele ceremonie voor Broertje. Hij werd gewassen, zijn haar werd geknipt en geolied en hij kreeg dure Egyptische kleren aan. En toen kreeg hij van de prinses een nieuwe naam: Mozes. Dat betekent 'uit het water getrokken'.

Vooral de eerste tijd miste ik hem heel erg. Toen hij nog bij ons was, vertelde ik hem ’s avonds altijd een verhaaltje. Zou de prinses dat ook doen? Nu zijn we er meer aan gewend dat hij er niet meer is, al gaat er geen dag voorbij dat ik niet aan hem denk. Maar hij leeft, dat is het belangrijkste. Er zijn zoveel jongetjes van zijn leeftijd vermoord.

Hoe het verder gaat met Mirjam lees je in 'Beeldspraak', bijbel naverteld voor jonge mensen, uitgegeven bij Narratio.

Pin It

Auteursrecht

Op dit werk rust auteursrecht. Wil je het voorlezen in een groep? Prima, maar laat het me even weten. Publiceren op papier of web? Vraag naar de voorwaarden.  © Hilda Algra

Aanbieding

Nieuwsbrief met tips

typemachien