R.K. Basisschool De Oostwijzer

Ruim dertienduizend Zoetermeerse kinderen gaan naar de basisschool. Acht jaar lang, vijf dagen per week. Ze leren er rekenen, schrijven en met anderen omgaan. Hoe gaat dat in zijn werk? Hoe brengen scholen kinderen iets aan het verstand? In deze serie kunt u kennismaken met verschillende soorten basisonderwijs. Dit is het vierde artikel in een serie voor de Postiljon.
Gepubliceerd op 9 februari 2006.


Het is druk in de gang op ‘reguliere’ Katholieke basisschool De Oostwijzer in Oosterheem. Schouder aan schouder legt een kleuterteam een wegennet vol haarspeldbochten aan op de zandtafel. Een paar meter verderop slepen kinderen met grote planken en blokken. Even staan ze stil voor overleg. “Deze lange moet aan die kant. Want hier komt de poort al.” Dan bouwen ze weer verder.

De Oostwijzer, gestart in 2001, bouwt ook aan de eigen ontwikkeling. Met hout en steen, want de school groeit snel. Met ingang van dit schooljaar beschikt de school over drie locaties verspreid over Oosterheem. En met overleg: bij het zoeken naar eigen identiteit en methoden. “We hebben geen bordje op de deur hangen met de naam van een bepaalde methode”, vertelt directeur Gertie Konings. “Maar we denken goed na hoe we kinderen betrokken krijgen. Hoe laten we ze dingen leren waarmee ze straks goed kunnen functioneren in een veranderende maatschappij? Kinderen van nu moeten later zelfstandig en in teamverband kunnen werken. Ze moet creatief zijn, eigen initiatief tonen en keuzes kunnen maken.” Het team toetst regelmatig of het lesaanbod voldoet aan de leerdoelen die per leerjaar zijn vastgesteld. Maar het gaat niet alleen om kennis.

De dag begint met ongeveer twintig minuten ‘kring’. In de kring kan de leerkracht een les geven, bijvoorbeeld verkeer of levensbeschouwing. Maar ook persoonlijke ervaringen en de planning kunnen aan de orde komen. De jongste leerlingen plannen met de leerkracht één dag, in hogere groepen kijkt men verder vooruit. Na de kring gaan de kinderen zelfstandig aan het werk. In de klas staat een 'instructietafel', waar de leerkracht ondertussen een klein groepje leerlingen apart les kan geven.

Het ‘open deuren beleid’ geeft leerlingen op vaste tijden de gelegenheid om keuzen te maken uit activiteiten in andere klassen, met kinderen van andere leeftijden. Voor groepswerk binnen de eigen klas wordt het ‘circuit’ als organisatievorm veel gebruikt. De groepjes werken daarbij elk in een eigen volgorde een reeks opdrachten af, tot alle groepjes alle opdrachten van het ‘circuit’ gedaan hebben. In groep zes prijken piepschuimen iglo’s op blauw karton: de eerste resultaten van een circuitopdracht.

De kleuterklas van juf Diana huppelt rondjes in de aula. “Ze hebben net toetsen gehad, nu even ontspannen”, roept de juf boven de muziek uit. Konings: “We streven naar een gezonde afwisseling tussen inspanning en ontspanning. Soms begint de kringactiviteit ’s morgens al gelijk met dans of drama. Dat helpt om de ochtendstress, die in veel gezinnen heerst, los te laten. Hierna kunnen de leerlingen zich beter op de les concentreren.” Ook om spanning eraf te halen zijn bouwhoek, poppenhoek en zandtafel van de jongste groepen ‘doorgetrokken’ naar de hogere klassen. Tot en met groep acht kunnen de kinderen een paar keer per week een tijdje ‘aanrommelen’ met lego, hout of k’nex zonder dat er een prestatie wordt beoordeeld.

De school werkt voortdurend aan een goede sfeer. “Als kinderen lekker in hun vel zitten, leren ze beter. Met enige regelmaat nemen we de schoolregels extra onder de loep. We hebben nou eenmaal te maken met opgroeiende kinderen. Er zal altijd wel gepest worden, daar moet je alert op zijn. Door die extra aandacht ervoor, word je je weer even bewust van hoe je met elkaar omgaat.” Ook dat is belangrijk voor de maatschappij van de toekomst.
Pin It

Auteursrecht

Op dit werk rust auteursrecht. Wil je het voorlezen in een groep? Prima, maar laat het me even weten. Publiceren op papier of web? Vraag naar de voorwaarden.  © Hilda Algra

Aanbieding

Nieuwsbrief met tips

typemachien