Koningin Beatrixschool, Jenaplan

Ruim dertienduizend Zoetermeerse kinderen gaan naar de basisschool. Acht jaar lang, vijf dagen per week. Ze leren er rekenen, schrijven en met anderen omgaan. Hoe gaat dat in zijn werk? Hoe brengen scholen kinderen iets aan het verstand? In deze serie kunt u kennismaken met verschillende soorten basisonderwijs. Dit is het derde artikel in een serie voor de Postiljon


Gepubliceerd op 26 januari 2006.


Drie kleuters peuteren pitten uit een uitgebloeide zonnebloem. “Het gaat moeilijk!”, zegt Ajay. “Ja he?”, antwoordt juf Miente. “Zo pikken de vogels de pitten eruit met hun snavel.” Miente Molenaar is hulpouder. Ze leidt drie kleuters rond in de natuurtuin bij de Koningin Beatrixschool. De kinderen zoeken paddenstoelen en voelen aan boomschors en mos. De rest van de klas is met de eigen juf binnen aan het werk. Die mogen een andere keer met ‘juf Miente’ mee de tuin in.

De Koningin Beatrixschool in Driemanspolder is een Jenaplanschool. Wereldoriëntatie is er heel belangrijk. Zo tastbaar mogelijk laat men de kinderen de omgeving ervaren, ontdekken en onderzoeken. Dat begint dichtbij, in de natuurtuin. In de loop der jaren verruimt zich het blikveld van de kinderen. Ze gaan op onderzoek uit of halen de wereld de school in. Dat laatste gebeurt bijvoorbeeld in de wekelijkse nieuwskring. Een leerling neemt dan een bericht uit het nieuws mee om daarover met de groep te praten. Ook wordt er veel in projecten van twee of drie weken aan thema’s gewerkt. Een voorbeeld is het project ‘verkiezingen’: dan organiseren de leerlingen zelf verkiezingen, compleet met partijen, affiches, een lijsttrekkersdebat, stemmingen en coalitievorming. Een excursie naar het stadhuis is de afsluiting van het project.

Naast oriëntatie op de omgeving krijgt de relatie met de medemens in het Jenaplanonderwijs veel aandacht. Dat blijkt al om half negen, als de school begint met een groepsgesprek in de ‘kring’. Kinderen van verschillende leeftijden, vlotte leerlingen en leerlingen die moeite hebben met leren: ze zitten allemaal bij elkaar. Zo leren ze dat ieder kind een andere unieke inbreng heeft. En iedere volwassene. De kinderen zijn helemaal gewend aan de grote rolstoel van Joëlle, die wekelijks een paar uur de juffen helpt. Ze staren zich niet meer blind op die rolstoel, maar kennen Joëlle als een aardige hulpjuf. Een handicap hoeft geen beperking in de omgang te zijn, merken ze, als je er maar normaal over doet.

Ook van de ouders wordt een actieve rol verwacht. Dat is niet alleen om praktische redenen. De school gaat er vanuit dat de inspiratie, kennis en inzichten van ouders het onderwijs aantrekkelijker maken. Schooltuin en documentatiecentrum draaien op de inzet van ouders.

‘We kennen vier soorten activiteiten”, vertelt directeur Klaas Dijkhuis. “Gesprek, spel, werk en viering wisselen elkaar af.” Na het kringgesprek wordt er gewerkt aan vakken als rekenen, taal en schrijven. Aan het eind van de ochtend is er weer kring: een nieuwskring, een leeskring met boekbespreking, of een spreekbeurt. De middag is voor de creatieve vakken handvaardigheid, tekenen, drama, toneel en muziek. Dijkhuis: “Ook buitenspel is een vorm van leren: goed voor de sociale vaardigheden. De leerkracht zit niet lui in het zonnetje, maar is actief aan het begeleiden.”

Vieren doet de school vanzelfsprekend op feestdagen en verjaardagen, maar ook tijdens de weeksluitingen. Dijkhuis: “Daar wordt veel werk van gemaakt. Vorige week hadden twee jongens een hele leuke rap gedaan.” Een derde relatie die binnen het Jenaplanonderwijs aandacht krijgt is de relatie tussen mens en God. Die is volgens Dijkhuis “vanzelfsprekend aan de orde” op de protestants-christelijke Koningin Beatrixschool. Twee of drie keer per week wordt een bijbelverhaal besproken in het kringgesprek. De christelijke feesten worden gevierd. “Maar ook buiten die momenten speelt het een rol, in onze aandacht voor onderling respect en omzien naar elkaar. Bij openbare Jenaplanscholen komt het ook aan de orde. Maar daar zal men ‘god’ meer algemeen duiden als het niet zintuiglijk waarneembare.”

De kleuters hebben intussen met juf Miente de composthoop bekeken en brood met pindakaas gestrooid voor de egel. Miente wrijft een blaadje munt tussen haar vingers en laat de kinderen ruiken. “Het ruikt naar kauwgom,” zegt de blonde Isa. Charlita ruikt groente. Nadat ze ook nog even een paar bloembollen hebben geplant, gaan de kinderen met een kleurplaat weer terug naar hun klas. Daar doen ze aan hun klasgenoten verslag van hun expeditie. Dijkhuis: “Zo brengen ze ook weer een stukje van buiten in de klas.”
Pin It

Auteursrecht

Op dit werk rust auteursrecht. Wil je het voorlezen in een groep? Prima, maar laat het me even weten. Publiceren op papier of web? Vraag naar de voorwaarden.  © Hilda Algra

Aanbieding

Nieuwsbrief met tips

typemachien