Openbare daltonbasisschool De Edelsteen

Ruim dertienduizend Zoetermeerse kinderen gaan naar de basisschool. Acht jaar lang, vijf dagen per week. Ze leren er rekenen, schrijven en met anderen omgaan. Hoe gaat dat in zijn werk? Hoe brengen scholen kinderen iets aan het verstand? In deze serie kunt u kennismaken met verschillende soorten basisonderwijs. Dit is het vijfde en laatste artikel in een serie voor de Postiljon.
Gepubliceerd op 5 januari 2006.


Midden in de klas staat een groot stoplicht. Het rode licht brandt. Juf Tineke drukt op een knop. “Jongens, ik zet het licht op groen: jullie mogen nu vragen stellen.” Prompt staan er drie kleuters bij haar. De andere kinderen werken rustig door.

Op Openbare daltonbasisschool De Edelsteen in Rokkeveen leren de kinderen al jong zelfstandig te werken. Dat begint bij de kleuters met een uur per dag en wordt in de jaren daarna uitgebreid. Bij groep acht bestaat nog maar een vijfde van de dag uit klassikale lessen. Een deel van de tijd moeten de leerlingen ‘stil werken’. Dan is het stoplicht op rood en oranje en mag een leerling geen vragen stellen aan juf of medeleerling. Wie vastloopt in een taak, moet het even opzij leggen en iets anders gaan doen tot het stil werken voorbij is.

Grondlegster van het daltononderwijs, Helen Parkhurst, was een onderwijzeres aan een eenmansschooltje in de staat Wisconsin. Ze vond de traditionele klassikale lesvorm niet passen bij haar klas met kinderen van verschillende niveaus. Daarom richtte ze werkhoeken in, waar kinderen zelf aan de slag konden. De oudere kinderen hielpen de jongere. Zelf gaf ze alleen korte instructies. In de loop van de vorige eeuw heeft het daltononderwijs zich ontwikkeld tot een schoolsysteem, waarbinnen drie principes centraal staan: leren hanteren van vrijheid, leren zelfstandig te werken en leren samenwerken.

Kes en Sanne zitten geconcentreerd te puzzelen. Achter hen aan de muur hangt een groot magneetbord met gekleurde vakjes en plaatjes. Bovenaan staan met plaatjes de vaste taken van de week aangegeven, links de namen van de leerlingen. Wie een taak af heeft, plakt een gekleurd magneetkaartje op de juiste plaats. De dagen van de week hebben elk hun eigen kleur. Zo houden de leerlingen overzicht over hun taken en kan de juf zien wie wat heeft gedaan op welke dag.

Vrijheid “Bij de kleuters plannen de kinderen natuurlijk nog maar een klein beetje”, legt directeur Mark Privé uit. “Maar in de hogere groepen maken ze zelf een planning voor de hele week. We proberen ze zoveel mogelijk verantwoordelijkheid te geven voor hun leerproces.” De meeste leerlingen kunnen dat goed aan. Ze kijken ook hun eigen werk na. “Dat gaat prima. Ze weten dat ze alleen zichzelf voor de gek houden als ze sjoemelen.” “Ze leren zo niet alleen goed te plannen, maar ook om te gaan met de vrijheid die we ze geven. We horen van de middelbare scholen terug dat onze leerlingen hun werk goed kunnen organiseren.”

Bij de hogere groepen mogen kinderen de klassikale instructies laten schieten als ze de stof al onder de knie hebben. Privé: “Dat moeten ze natuurlijk wel verantwoorden. Ze kunnen niet de volgende dag alsnog bij de leerkracht aankloppen met ‘ik weet het niet’.” Een deel van de lessen is altijd klassikaal, zoals gym, geschiedenis, aardrijkskunde en sommige creatieve vakken.

Samenwerken Kes en Sanne zijn deze week elkaars ‘maatjes’: de samenwerkingsopdrachten doen ze met elkaar. De leerkracht stelt per week de koppels samen, door naamkaartjes te schikken of door de ‘maatjesmaker’. Dat is een computerprogramma dat zorgt dat elk kind even vaak aan elk van de andere kinderen wordt gekoppeld. Zo leren de kinderen ook samenwerken met kinderen die ze minder aardig vinden. Een vrij nieuwe vorm van samenwerking in de school is het tutorlezen. Kinderen van de hoogste drie groepen oefenen met kinderen van de jongere groepen het lezen. Privé: “Elke donderdagmiddag staan hier in de gang de vierdegroepers vol ongeduld te wachten op hun ‘tutor’. De tutoren vinden het ook leuk om deze verantwoordelijkheid te krijgen.” De tutoren hebben een speciale training gehad, waarin ze onder andere leerden dat ze niet ‘fout!’moeten roepen, maar bijvoorbeeld vragen: “Lees dat woord nog eens?”

Sanne en Kes zijn klaar met hun puzzels. Ze plakken elk een bruin kaartje – de kleur van vrijdag - onder het pictogram van de puzzeltaak. Juf Tineke staat bij het stoplicht. “Het licht is nu oranje: tijd om je werkje af te maken en op te ruimen.”
Pin It

Auteursrecht

Op dit werk rust auteursrecht. Wil je het voorlezen in een groep? Prima, maar laat het me even weten. Publiceren op papier of web? Vraag naar de voorwaarden.  © Hilda Algra

Aanbieding

Nieuwsbrief met tips

typemachien