Geschikt voor 9+

'Kalbo!', roept Aadarsh. Hij slaat zo hard met zijn hand op de drie steentjes in het midden, dat er een stofwolkje omhoog komt.
'Laat zien', roepen de andere herders. Ze hadden een mooie wei gevonden voor hun koeien en doen nu in de schaduw van een boom hun favoriete spelletje. Aadarsh opent zijn linkerhand en toont de drie stokjes.
'Volgens mij speel jij vals', zegt Malay, 'je hebt al drie keer op rij gewonnen. Dat kan gewoon niet. Vinden jullie ook niet jongens?'
'Nietus, ik speel niet vals!', roept Aadarsh, 'jij kunt gewoon niet tegen je verlies!'
'Ach wat nou,' roept Malay en hij wil nog meer roepen, maar Sajan houdt hem tegen: 'Laat nou maar! Of hij eerlijk of vals speelt, valt toch niet te bewijzen. Laten we liever gewoon spelen en geen ruzie maken. Ghalib, jij bent aan de beurt om te werpen.'
Ghalib pakt een hand vol stokjes en steentjes.
'Jongens, waar zijn de koeien?', roept Param ineens. Hij springt overeind en kijkt om zich heen. De andere herders volgen zijn voorbeeld. Nergens zien ze hun koeien. Dat is niet zo best. Ze hadden natuurlijk op hun koeien moeten letten, maar waren dat helemaal vergeten in het vuur van het spel. ‘Kom, we gaan ze zoeken’, zeggen ze, ‘ver weg kunnen ze nog niet zijn.’

'Hier moeten ze langs zijn gegaan', zegt Malay. Hij wijst naar een plek tussen de struiken waar het gras is platgetrapt. Samen volgen ze het spoor van plat getrapt gras en afgebroken takken.
Na een minuut of tien lopen, horen ze hun koeien in de verte angstig loeien. Ze rennen in de richting waarvandaan het geluid komt en treffen hun kudde in de rietvelden. 'Ze zijn verdwaald', zegt Ghalib, 'kijk maar, ze weten gewoon de weg niet meer terug.' Rustig, om haar niet aan het schrikken te maken, loopt hij op één van de koeien af. De anderen volgen zijn voorbeeld.

Voorzichtig willen de herders hun kudde weer uit het rietveld leiden, als Param zegt: 'Ruiken jullie ook iets?' 'Ja, ik ruik rook', zegt Malay en ook de anderen ruiken iets. 'Er brandt iets.' 'Hier', roept Sajan en wijst op een brandende rietpluim vlak naast hem. 'Hier ook', roept Aadarsh, die aan de andere kant van de kudde staat. 'Een heleboel'. Waar de herders ook kijken, overal grijpt het vuur om zich heen. Het knettert en sist en het wordt hen heet onder de voeten. Ze kunnen niet voor- of achteruit.

'Help!', roepen de herders. 'Wat moeten we nu doen?', schreeuwen ze. 'We zitten in de val!' Angstig loeien ook de koeien. Met grote ogen draaien en duwen ze alle kanten op, in een poging te vluchten. Maar waar ze ook heen proberen te gaan, overal likken de vlammen aan hun hoeven, overal knettert dreigend het vuur.

'Krishna, help ons!' roepen de herders. Krishna is één van de herders, maar hij is geen gewone herder. 'Ik kan jullie helpen', zegt Krishna, maar dan moeten jullie je ogen dichtdoen.' 'Oké,' roepen ze en een paar herders doen gelijk hun ogen dicht. 'Schiet nou op', zegt Ghalib, terwijl hij met een klap probeert om de vlammen te doven die aan zijn kleren happen. 'Eerst echt allemaal je ogen dicht!', zegt Krishna, 'anders doe ik niks.' 'Oké oké oké,' roepen de herders, 'als je maar opschiet alsjeblieft!' 'Hoeveel vingers steek ik op?', vraagt Krishna want hij wil zeker weten dat iedereen zijn ogen dicht heeft. 'Vijf', 'Drie', 'Weet ik veel!' roepen de herders. 'Oké, ik geloof nu dat jullie je ogen dicht hebben', zegt Krishna. 'Niet stiekem kijken en pas je ogen weer openen als ik het zeg.' 'Ja ja toen nou maar!', roepen de herders.

Krishna gaat stevig staan, met zijn gezicht naar het vuur. Hij blaast eerst zijn adem uit en dan met een enorme haal zuigt hij alle vuur in één lange adem op. 'Schchchchchchchchchp.' Tot aan het laatste vlammetje zuigt hij op.

'Zo, nu mogen jullie kijken', zegt Krishna. De herders openen hun ogen en kijken om zich heen. Ze zien alleen een zwart veld platgebrand riet. De herders kijken hun ogen uit. 'Krishna, jij bent geweldig!' zegt Malay. 'Je hebt ons alweer gered!' De anderen stemmen daarmee in. 'Jij kan geen gewone herder zijn, je moet wel een god zijn.'

Opgelucht lopen even later de herders met hun kudde terug naar het dorp. Met Krishna voorop, spelend op zijn fluit. 'Moet je horen, wat Krishna nou weer heeft gedaan', gonst het even later door het dorp. En iedereen is vol bewondering voor Krishna, de goddelijke herdersjongen.

Gepubliceerd in: Agastya drinkt de zee leeg. En andere verhalen uit de grote wereldgodsdiensten. Erik Idema e.a. Meinema, Kwintessens, Pelckmans 2008
Pin It

Auteursrecht

Op dit werk rust auteursrecht. Wil je het voorlezen in een groep? Prima, maar laat het me even weten. Publiceren op papier of web? Vraag naar de voorwaarden.  © Hilda Algra

Aanbieding

Nieuwsbrief met tips

typemachien