Geschikt voor 12+
“O ja, talent had hij zeker! Rembrandt van Rijn was niet voor niks zo beroemd. Ik ben er trots op dat ik zijn model mocht zijn. Mijn vriendinnen waren jaloers op mij. Niet iedereen krijgt de kans om bij zo’n grootheid te werken. Waarom ik wel en zij niet, vroegen ze zich af. Dat weet ik ook niet precies. Ik was niet bijzonder knap of zo. Maar Rembrandt zei dat ik precies de uitstraling had die hij zocht. Ik leek op een adellijke dame volgens hem. Voor portretten van arme mensen had hij andere modellen. Meer volkse types, zeg maar. Ik was de aangewezen persoon voor deftige mensen zoals de vrouw van Potifar en Batsheba.

Batsheba, dat was een naaktportret, ja. Ik heb heel even geaarzeld, maar Rembrandt is gewoon oké. Hij haalde geen gekke dingen uit. Het is wel een beetje afzien, hoor. Zelfs al werd het vuur hoog gestookt in het atelier, van dat lange stilzitten word je toch koud. Dan pauzeerden we vaker, zodat ik me warm kon lopen. Anders zou hij me met kippenvel schilderen. Hahaha! Moet je je voorstellen: Batsheba met kippenvel. Kijk, deze bedoel ik. Daar heb ik model voor gezeten.

Ja, ik had best een goed figuur in die tijd. Nee, dat is niet geflatteerd hoor. Rembrandt schilderde veel meer naar de werkelijkheid dan veel anderen. Hij zei vaak: ‘mensen zijn mooi zoals ze zijn, ik hoef ze niet glad te strijken.’ En het is misschien raar dat ik het zeg, maar soms had ik het gevoel dat hij mij scherper zag dan ikzelf als ik in de spiegel keek. Hij schilderde wie ik echt was. Daar moet je wel tegen kunnen natuurlijk. Wie zich mooier wil voordoen, komt van een koude kermis thuis.

Toen het bergaf met hem ging, vroeg hij me steeds minder. Van een paar opdrachten heb ik nooit mijn geld gezien. Op een gegeven moment heb ik daarvan iets gezegd. Hij vond het ook erg, maar hij had gewoon het geld niet, zei hij. Daarna heeft hij me niet meer gevraagd. Hij ging failliet. Zijn huis, zijn spullen, alles werd geveild. Daar had hij het er vreselijk moeilijk mee. De man was enorm gesteld op zijn luxe, hoor. Hij had veel te lang boven zijn stand geleefd. Dat veel te dure huis, al die oosterse kunstvoorwerpen die hij kocht. Hij zei dat die nodig waren voor zijn schilderijen, maar ik vond dat hij wel overdreef. Zijn voorraadkamer lag vol met beeldjes, schelpen, kannen, kleden, zwaarden en noem maar op. Daar kickte hij echt op. Ik denk dat hij de veiling daarvan nog veel erger vond dan van het huis.

Toen stortte hij in. Hij schilderde nog wel, maar je zag dat het plezier, de gedrevenheid weg was. Het werd grimmiger, somberder. Zijn vrouw en zoon hebben hem geholpen. Ze begonnen een kunsthandel en verkochten zijn werk. Dat betekende dat hij meer in opdracht moest schilderen. Portretten van rijke mensen, heel saai allemaal. Een heel enkele keer schilderde hij nog op eigen initiatief. Het meest raakte mij ‘De terugkeer van de verloren zoon’. Hij moet het helemaal doorvoeld hebben. Hij wist hoe het was om al je trots overboord te zetten, puur en alleen omdat de honger je dwingt. Die verloren zoon, dat was hij zelf. Verloren, geknakt, geknecht. Maar kijk, het licht is daar wel weer terug. Misschien juist door die donkere jaren is hij nog meer meester van het licht geworden.

Schilderijen en tekeningen waarnaar in dit verhaal wordt verwezen:
1650-59: "Bathsheba" en "Jozef beschuldigd door Potifars vrouw"
1660-1669: "Terugkeer verloren zoon"
Pin It

Auteursrecht

Op dit werk rust auteursrecht. Wil je het voorlezen in een groep? Prima, maar laat het me even weten. Publiceren op papier of web? Vraag naar de voorwaarden.  © Hilda Algra

Aanbieding

Nieuwsbrief met tips

typemachien