Een reisverhaal dicht bij huis (12+)

Vanaf de Zoetermeerse plas waait een kakofonie aan gefluit, gesnerp, gegak, gesnater en gepiep naar het fietspad langs de Aziëweg. Als hagelslag op een boterham zijn de vogels op deze winterse zaterdagmorgen uitgestrooid over de onbevroren, visrijke plas. Smienten met hun lichtbruine zadels tussen roestbruine koppen en zwarte staarten dobberen in kleine groepen over de golfjes. Luid piepend bewaken meerkoeten daartussen hun territorium. Boven hen jongleren kapmeeuwtjes en een enkele zilvermeeuw.

De Zoetermeerse plas is een zandwinningput, ontstaan toen in de tweede helft van de vorige eeuw de polder rond het dorp Zoetermeer werd opgespoten tot een stad voor ruim 110-duizend inwoners. De negentig hectare plas, omzoomd door weiden en bosjes, vormt het een geliefd recreatiegebied voor Zoetermeerders.

Om negen uur 's morgens is het er al druk. Roedels hardlopers stampen luid discussiërend over het fietspad. Twee roodgejackte wandelaars overstemmen de vogelgeluiden met gesnater over adresbestanden en zoekgeraakte mail.

Van de weg af loopt een voetpad door de bosjes. Sneeuw knoerpt onder de laarzen, een dun laagje ijs onder de sneeuw knispert er doorheen. Heel even is het doodstil. Dan springt blaffend een grote dobermann uit de struiken tevoorschijn. Tevergeefs blaft zijn baasje ‘Waldo! Hierrrrr!’ Een ogenblik staat hij stil. Dan stuift hij weg, op zoek naar iemand anders die hij kan laten schrikken.

Aan de Noordwestzijde zijn de stillere wandelaars in de meerderheid. Een sloffende puber wil weten hoe ver ze nog moet. Monter antwoordt de moeder: ‘We zijn op de helft!’ en wijst haar op zes wilde zwanen die met fluisterende vleugels laag overvliegen.

Tussen het riet houdt een vogelaar met grijze hoed niet alleen de watervogels, maar ook enkele wandelaars in de kijker. Een koppel grauwe ganzen op een dijkje roept schor over de velden. Van heel ver komt het antwoord van hun soortgenoten. Uit de wind, achter kleine eilandjes, glibberen eenden en waterhoentjes over het grauwe ijs. Zodra ze stilstaan, trekken ze één poot op tussen de warme veren.

Het wandelpad komt uit in de Zoetermeerse wijk De Leyens: een brave laagbouwwijk uit de jaren zeventig met veel vijftigplussers. Nette tuintjes, glimmende middenklasse-auto’s op de oprit en een vetbol aan de sierappel. Autoruiten worden ijsvrij gekrabd, stoepjes bestrooid met zout en de buurman geïnformeerd over de hypotheeklasten. Geen vogel meer te bekennen. Ja toch: op het dak van een huis zit een koppel eksters. Ze kekkeren scheldwoorden naar een koppel op het naburige dak.
Pin It

Auteursrecht

Op dit werk rust auteursrecht. Wil je het voorlezen in een groep? Prima, maar laat het me even weten. Publiceren op papier of web? Vraag naar de voorwaarden.  © Hilda Algra

Aanbieding

Nieuwsbrief met tips

typemachien