Een verhaal bij het schilderij 'De vlucht naar Egypte'. 8+
Rembrandts moeder waarschuwt hem met het oog op de politieke situatie dat hij niet zomaar kan schilderen wat hij vindt.

Het is 1927. Na een paar jaar kunstopleiding heeft de jonge Rembrandt samen met zijn vriend Jan Lievens een atelier in Leiden. In huize Van Rijn werd vermoedelijk de Deux-aes-bijbel - ook wel 'armenbijbel' - gelezen. In Leiden wordt op dat moment door een groep predikanten gewerkt aan de Statenvertaling, maar die zal pas in 1637 verschijnen en is voor het gewone volk veel te duur. De stad herbergt veel vluchtelingen uit het zuiden. Met de religieus-politieke onrust in het achterhoofd waarschuwt Rembrandts moeder hem voor een al te duidelijke stellingname. Een verhaal over cartoons-avant-la-lettre.

Het aureool

“Het schilderij van de vlucht naar Egypte is bijna klaar”, zegt Rembrandt. “Wil je het zien?”
“Graag!”, antwoordt zijn moeder, “Ik ben benieuwd!”
Samen lopen ze naar het atelier. Daar is Jan aan het werk, Rembrandts vriend en collega.
“Hoi Jan!”, groet Rembrandt, “Mijn moeder komt even naar het schilderij kijken.”
Jan veegt zijn hand af aan een lapje met terpentijn en geeft Rembrandts moeder een hand.
“Hier is het”, zegt Rembrandt en wijst op het nog natte schilderij. De ogen van Rembrandts moeder dwalen over het doek. Rembrandt weet dat ze eerst alles in zich opneemt voor ze een oordeel geeft. Hij probeert aan haar gezicht af te lezen wat ze ervan vindt. Maar zelfs haar mondhoeken verraden niks.
“En?”, vraagt hij als het wachten niet meer volhoudt.
“Tsja,”, aarzelt zijn moeder. "Ik zie een stel vluchtelingen in de nacht.”
“Precies!”, juicht Rembrandt, blij dat zijn bedoeling goed is overgekomen.
“Maar,” zegt zijn moeder, “ik herken Jozef en Maria er niet in. Dit is gewoon een vluchtelingengezin met een baby. Het zouden Vlamingen kunnen zijn.”
“Dat is het hem juist!”, zegt Rembrandt. “Ze wáren toch vluchtelingen? Wij weten wel hoe het verder ging. Daarom weten we wie ze waren.”
Zijn moeder denkt even na. “Ik weet het niet hoor jongen. Je hebt ergens wel gelijk. Maar zó gewoon…. En dan Jezus. Aan niets is te zien dat hij de zoon van God is. Dat gaat echt te ver hoor. Daar krijg je problemen mee. Geef op zijn minst Jezus een aureool.”

“Ja maar moeder,” protesteert Rembrandt, “als hij echt een aureool had gehad, dan had Herodes hem toch zó opgespoord? Er waren in Bethlehem genoeg mensen geweest die het jochie voor een paar zilverlingen hadden verraden.”
“Daar zit wat in”, zucht zijn moeder. “Ik weet ook wel dat het aureool niet echt te zien was. Maar hoe kan je in een schilderij nog zien dat het om Jezus en Jozef en Maria gaat?”

Rembrandt slaat een arm om zijn moeder heen. “Lieve moeder. In dit schilderij doe ik niets anders dan wat de dominee preekt toch? Ik laat zien dat de blijde boodschap onder de gewone mensen is. Het moet zo herkenbaar mogelijk zijn, dichtbij mensen zoals jij en ik. Dichtbij de vluchtelingen ook. De dominee zei het zondag nog: ‘God komt bij ons via gewone mensen’ zei hij. ‘Als zoon van een timmerman en een eenvoudig meisje’, zei hij nog. Jezus was echt een kind van vluchtelingen.”

“Ik ben bang dat het niet verkoopt”, zegt zijn moeder. “Maar nog banger ben ik dat je er problemen mee krijgt. Een paar jaar geleden vermoordden ze hier elkaar nog om hun geloof. Dat kan zo weer gebeuren. Woorden vervliegen wel. Maar jouw schilderij komt ergens te hangen. Iedereen kan het tegen je gebruiken. Dan hang je. Dan kunnen ze zeggen: die Rembrandt van Rijn geloofde niet, want hij schilderde Jezus als een doodgewone baby. Jongen, neem een wijze raad van je oude moeder aan en maak in ieder geval die Jezus een heel klein beetje meer heilig. Voor je eigen veiligheid.”
“Oké,” zegt Rembrandt “maar alleen omdat ik weet dat jij anders niet meer slaapt. Hier.” Rembrandt pakt een penseel en zet een paar dunne streepjes gebroken wit als een bontmutsje rond het hoofd van Jezus.
“Je bent een eigenwijze lieverd”, zegt zijn moeder. En geeft hem een kus op zijn wang.

Gepubliceerd in Kind op Maandag, 2006
Pin It

Auteursrecht

Op dit werk rust auteursrecht. Wil je het voorlezen in een groep? Prima, maar laat het me even weten. Publiceren op papier of web? Vraag naar de voorwaarden.  © Hilda Algra

Aanbieding

Nieuwsbrief met tips

typemachien