Het is niet leuk om klein te zijn. Maar het scheelt wel als je weet dat het niet voor altijd is. 8+
Karel wordt altijd als eerste gevraagd in het team met gym. Hij is keigoed en kan als de beste voetballen. Razendsnel is hij en beresterk bovendien. Niks mis met hem. Maar Karel is klein. Hij is de kleinste van de klas. Ze noemen hem ‘onderdeurtje’. Ze zeggen het als grapje, dus hij lacht maar met ze mee. Wat moet je anders? Maar van binnen doet het zeer.
Op een dag na schooltijd doet Karels zus er nog een schepje bovenop. ‘Heeej broertjuh.’ Tjuh? Broer-tjuh? Karel wordt wit, begint te trillen en wordt dan vuurrood. ‘Ik ben geen broerTJUH!’ briest hij en hij springt tegen haar op, schopt en slaat met zijn vuisten.
‘Hé hé he’! Ho ho ho!’ komt hun grote broer tussenbeiden. Tomas is al zestien en een boom van een vent. ‘Maak je niet druk, joh. Weet je dat ik ook altijd de kleinste was?’ Karel kijkt ongelovig. ‘Ja, echt. En ik werd ook uitgelachen. Maar moet je me nou zien. Allemaal vanzelf gegaan, toen ik veertien was.’
Op school hebben ze nog steeds grappen over het ‘onderdeurtje’. Maar Karel zwijgt. In gedachten ziet hij voor zich hoe zijn broer moet bukken om zijn hoofd niet tegen de deurpost te stoten. Nog een paar jaar. Dan is hij Karel de Grote.


Gepubliceerd in Kind op Maandag, 2009



Pin It

Auteursrecht

Op dit werk rust auteursrecht. Wil je het voorlezen in een groep? Prima, maar laat het me even weten. Publiceren op papier of web? Vraag naar de voorwaarden.  © Hilda Algra

Aanbieding

Nieuwsbrief met tips

typemachien